| Verb
| Simple present
| Present perfect
| Translation
|
| Doodverven
| n/a
| gedoodverfd (adjective)
| -
|
| Kielhalen
| Hij kielhaalt
| Hij heeft gekielhaald
| to keelhaul
|
| Rangordenen
| Hij rangordent
| Hij heeft gerangordend
| to order by rank
|
| Rechtvaardigen
| Hij rechtvaardigt
| Hij heeft gerechtvaardigd
| to justify
|
| Redetwisten
| Hij redetwist
| Hij heeft geredetwist
| to argue, debate
|
| Rolschaatsen
| Hij rolschaatst
| Hij heeft gerolschaatst
| to rollerskate
|
| Stofzuigen
| Hij stofzuigt
| Hij heeft gestofzuigd
| to vacuum clean
|
| Vierendelen
| Hij vierendeelt
| Hij heeft gevierendeeld
| to quarter
|
| Voetballen
| Hij voetbalt
| Hij heeft gevoetbald
| to play football
|
| Vrijwaren
| Hij vrijwaart
| Hij heeft gevrijwaard
| to safeguard
|
| Waarborgen
| Hij waarborgt
| Hij heeft gewaarborgd
| to secure, guarantuee
|
| Waarmerken
| Hij waarmerkt
| Hij heeft gewaarmerkt
| to certify, legalize
|
| Waarschuwen
| Hij waarschuwt
| Hij heeft gewaarschuwd
| to warn
|
| Wedijveren
| Hij wedijvert
| Hij heeft gewedijverd
| to compete
|
| Zakkenrollen
| Hij zakkenrolt
| Hij heeft gezakkenrold
| to pickpocket
|
| Zinspelen
| Hij zinspeelt
| Hij heeft gezinspeeld
| To allude, to hint
|
Note that the examples above give you the unstressed personal pronouns. Some pronouns change when they are stressed in a phrase: je/jij, we/wij, ze/zij (both singular and plural).