You are here: Grammar > Verbs > Inseparable over-verbs

Inseparable over-verbs
  • Click here to print this page. Only the contents of the middle column will be printed.
  • Send this page by e-mail
  • {Add this page to your favourites [IE])
  • Report an error
  • View wiki code of this page

The distinction between separable and inseparable over-verbs is a bit difficult to establish.

Over can be used in many different ways. In the sense of 'too' or 'excessive', it is always part of an inseparable compound verb. Indicating some kind of movement (to walk over to), over is usually a prefix of a separable compound verb. But there are over-verbs, for which the classification under either separable or inseparable verbs is all but clear.

Remember, that inseparable verbs have their stress over the verb, not the prefix.

Verb Simple present Present perfect Translation
Overbelasten hij overbelast hij heeft overbelast to overburden, to overload
Overbelichten hij overbelicht hij heeft overbelicht to over-expose (to light)
Overbevolken n/a overbevolkt to overburden, to overload
Overbluffen hij overbluft hij heeft overbluft to bluff, to overbear
Overbruggen hij overbrugt hij heeft overbrugd to bridge
Overdekken hij overdekt hij heeft overdekt to cover in (up, over), to roof over (in)
Overdenken hij overdenkt hij heeft overdacht to think over, to consider
Overdonderen hij overdondert hij heeft overdonderd to overwhelm, to intimidate
Overdrijven hij overdrijft hij heeft overdreven to exaggerate
Overerven hij overerft hij heeft overerfd to inherit
(zich) overeten hij overeet zich hij heeft zich overeten to overeat
Overgieten hij overgiet hij heeft overgoten to water (plants), to pour over
Zich overhaasten hij overhaast zich hij heeft zich overhaast to hurry, to hustle
Overhandigen hij overhandigt hij heeft overhandigd to hand (over)
Overheersen hij overheerst hij heeft overheerst to domineer over, to dominate
Overhoren hij overhoort hij heeft overhoord to hear (lessons, homework)
zich overijlen hij overijlt zich hij heeft zich overijld to hurry, to rush
Overkappen hij overkapt hij heeft overkapt to roof in, to cover (in)
Overkoepelen het overkoepelt het heeft overkoepeld to overarch, to cover
Overkomen het overkomt het is overkomen to befall
Overladen hij overlaadt hij heeft overladen to overload
Overleggen hij overlegt hij heeft overlegd to discuss
Overleven hij overleeft hij heeft overleefd to survive
Overlijden hij overlijdt hij is overleden to die
Overmannen hij overmant hij heeft overmand to overpower, to overcome
Overmeesteren hij overmeestert hij heeft overmeesterd to overpower, to conquer
Overnachten hij overnacht hij heeft overnacht to stay the night
Overpeinzen hij overpeinst hij heeft overpeinsd to reflect, to think over
Overreden hij overreedt hij heeft overreed to persuade, to convince
Overrijden hij overrijdt hij heeft overreden to run (drive) over
Overrompelen hij overrompelt hij heeft overrompeld to take s.o. by surprise
Overschaduwen hij overschaduwt hij heeft overschaduwd to overshadow
Overschatten hij overschat hij heeft overschat to overestimate
Overschrijden hij overschrijdt hij heeft overschreden to exceed
Overstelpen hij overstelpt hij heeft overstelpt to overwhelm (with gifts, compliments)
Overstemmen hij overstemt hij heeft overstemd to outvote, to deafen
Overstromen het overstroomt het is overstroomd to flood (over), to overflow
Overtreden hij overtreedt hij heeft overtreden to break a rule, offend the law
Overtreffen hij overtreft hij heeft overtroffen to surpass, to excel
Overtroeven hij overtroeft hij heeft overtroefd to overtrump, to score off s.o.
Overtuigen hij overtuigt hij heeft overtuigd to convince
Overvallen hij overvalt hij heeft overvallen to surprise (attack), to rob
Oververhitten hij oververhit hij heeft oververhit to overheat
Zich oververmoeien hij oververmoeit zich hij heeft zich oververmoeid to over-fatigue, to over-tire
Oververzadigen hij oververzadigt hij heeft oververzadigd to supersaturate, to surfeit
Overvleugelen hij overvleugelt hij heeft overvleugeld to surpass, to outdo, to outflank
Overvoeden hij overvoedt hij heeft overvoed to overfeed
Overvragen hij overvraagt hij heeft overvraagd to ask too much, to over-demand
Overwegen hij overweegt hij heeft overwogen to consider, to think over
Overweldigen hij overweldigt hij heeft overweldigd to overwhelm
Zich overwerken hij overwerkt zich hij heeft zich overwerkt to work too hard
Overwinnen hij overwint hij heeft overwonnen to conquer, to overcome
Overwinteren hij overwintert hij heeft overwinterd to winter, to hibernate
Overwoekeren hij overwoekert hij heeft overwoekerd to overgrow
Overzien hij overziet hij heeft overzien to oversee, to have a view over

Questions? Questions?
     Visit our forum!
Last updated on May 17, 2007 ::