You are here: Grammar > Verbs > Conjugation patterns in strong verbs

Conjugation patterns in strong verbs
  • Click here to print this page. Only the contents of the middle column will be printed.
  • Send this page by e-mail
  • {Add this page to your favourites [IE])
  • Report an error
  • View wiki code of this page

Conjugation patterns in strong verbs

Below, you will view the same verbs as mentioned in the alphabetical list of strong verbs. This time, they are grouped by their conjugation patterns.

Regular past, past participle gets -en

For example: bannen, bande, gebannen

Verbs in this group: bakken, bannen, barsten, braden, brouwen, heten, hoeven, houwen, lachen, laden, malen, raden, scheiden, spannen, stoten, vouwen, wassen, weven.

e - ie - o, past participle gets -en

For example: bederven, bedierf, bedorven

Verbs in this group: bederven, helpen, sterven, werpen, werven, zwerven.

ie - oo - o, past participle gets -en

For example: bedriegen, bedroog, bedrogen

Verbs in this group: bedriegen, bieden, genieten, gieten, kiezen, liegen, schieten, verdrieten, vliegen.

i - o -o, past participle gets -en

For example: beginnen, begon, begonnen

Verbs in this group: beginnen, binden, blinken, dingen naar, dringen, drinken, dwingen, glimmen, klimmen, klinken, krimpen, schrikken, slinken, spinnen, springen, stinken, vinden, winden, winnen, wringen, zingen, zinken, zinnen.

ij - ee - e, past participle gets -en

For example: rijden, reed, gereden

Verbs in this group: bezwijken, bijten, blijken, blijven, drijven, glijden, grijpen, hijsen, kijken, knijpen, krijgen, lijden, lijken, mijden, neerzijgen, nijgen, prijzen, rijden, rijgen, rijten, rijzen, schijnen, schijten, schrijven, slijpen, slijten, smijten, snijden, splijten, spijten, stijgen, stijven, strijden, strijken, verdwijnen, wijken, wijten aan, wijzen, wrijven, zich kwijten van, zwijgen.

e - o - o, past participle gets -en

For example: bergen, borg, geborgen

Verbs in this group: bergen, gelden, melken, schelden, schenden, schenken, smelten, treffen, trekken, vechten, vlechten, wegen, zenden, zwelgen, zwellen, zwemmen.

e - a - o, past participle gets -en

For example: bevelen, beval, bevolen

Verbs in this group: bevelen, breken, nemen, spreken, steken, stelen.

i - a - e, past participle gets -en

For example: bidden, bad, gebeden

Verbs in this group: bidden, liggen, zitten.

a - ie - a, past participle gets -en

For example: laten, liet, gelaten

Verbs in this group: laten, slapen, vallen, verraden.

Past and past participle end in -cht

For example: brengen, bracht, gebracht

Verbs in this group: brengen, denken, kopen, zoeken.

ui - oo - o, past participle gets -en

For example: buigen, boog, gebogen

Verbs in this group: buigen, druipen, duiken, fluiten, kluiven, kruipen, ontluiken, pluizen, ruiken, schuilen, schuiven, sluipen, sluiten, snuiten, snuiven, spruiten, spuiten, stuiven, zuigen, zuipen.

a - oe - a, past participle gets -en

For example: dragen, droeg, gedragen

Verbs in this group: dragen, graven, varen.

e - a - e, past participle gets -en

For example: lezen, las, gelezen

Verbs in this group: eten, genezen, geven, lezen, meten, treden, vergeten, vreten.

a - i - a, past participle gets -en

For example: hangen, hing, gehangen

Verbs in this group: behangen, hangen, vangen.

a - oe - regular past participle

For example: jagen, joeg, gejaagd

Verbs in this group: jagen, vragen.

o(e) - ie - o(e), past participle gets -en

For example: lopen, liep, gelopen

Verbs in this group: lopen, roepen.

Past ends in -st, past participle gets -en

For example: moeten, moest, gemoeten

Verbs in this group: moeten, weten.

iez - oor - or, past participle gets -en

For example: verliezen, verloor, verloren

Verbs in this group: verliezen, vriezen.


Questions? Questions?
     Visit our forum!
Last updated on June 06, 2012 ::