Está aquí: Gramática > Verbos > List of noun-verbs

List of noun-verbs
  • Imprima esta página.
  • Envíe esta página por e-mail.
  • {Agregue esta página a sus favoritos [IE].)
  • Divulgue un error.
  • View the wiki code of this page

Traducido de Ingles por Raquel Díaz

Verbo Presente simple Presente perfecto Traducción
Doodverven n/a gedoodverfd (adjetivo) -
Kielhalen Hij kielhaalt Hij heeft gekielhaald pasar por la quilla
Rangordenen Hij rangordent Hij heeft gerangordend ordenar por rango
Rechtvaardigen Hij rechtvaardigt Hij heeft gerechtvaardigd justificar
Redetwisten Hij redetwist Hij heeft geredetwist discutir, debatir
Rolschaatsen Hij rolschaatst Hij heeft gerolschaatst patinar
Stofzuigen Hij stofzuigt Hij heeft gestofzuigd pasar la aspiradora
Vierendelen Hij vierendeelt Hij heeft gevierendeeld dividir en cuartos
Voetballen Hij voetbalt Hij heeft gevoetbald jugar al fútbol
Vrijwaren Hij vrijwaart Hij heeft gevrijwaard salvaguardar
Waarborgen Hij waarborgt Hij heeft gewaarborgd asegurar, garantizar
Waarmerken Hij waarmerkt Hij heeft gewaarmerkt certificar, legalizar
Waarschuwen Hij waarschuwt Hij heeft gewaarschuwd avisar
Wedijveren Hij wedijvert Hij heeft gewedijverd competir
Zakkenrollen Hij zakkenrolt Hij heeft gezakkenrold robar la cartera
Zinspelen Hij zinspeelt Hij heeft gezinspeeld aludir, insinuar

Los ejemplos de arriba vienen dados con los pronombre átonos pronombres personales. Algunos pronombres cambian de átonos a tónicos: je/jij, we/wij, ze/zij (both singular y plural).


¿Preguntas? ¿Preguntas?
     Visite nuestro foro!
Actualizado pasado: October 15, 2009 ::