En hier nog de taalkundige ontleding van dezelfde zin:
Zijn aardige collega heeft een bekertje koffie voor hem gehaald.
Zijn (bezittelijk voornaamwoord) aardige (bijvoeglijk voornaamwoord) collega (zelfstandig voornaamwoord) heeft (hulpwerkwoord) een (onbepaald lidwoord) bekertje (zelfstandig voornaamwoord) koffie (zelfstandig voornaamwoord) voor (voorzetsel) hem (persoonlijk voornaamwoord) gehaald (werkwoord).
Bedankt!

