Exercises

The exercises are only available on the 'old forum', i.e. the forum before the January 2008 update. You can still do the old exercises here: www.dutchgrammar.com/forum/quiz.php
User avatar
Marco
Superlid
Posts: 439
Joined: Thu Aug 18, 2005 10:41 am
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: Dutch (Netherlands)
Second language: English (Great Britain)
Third language: Turkish
Fourth language: French
Fifth, sixth, seventh, ..., languages: German, Italian, Spanish.
Gender: Male
Location: Tolkamer, NL

Re: Exercises

Post by Marco » Tue Jan 23, 2007 4:50 pm

Quetzal wrote:
brilocat wrote: 6.  De jongen (wandelen) in de tuin.
A-de jongen wandelen wandelt in de tuin.
B-de jongen wandelden wandelde in de tuin.
C-de jongen zijn hebben heeft in de tuin gewandeld.
;)

User avatar
Quetzal
Retired moderator
Posts: 2173
Joined: Sat Nov 04, 2006 11:51 pm
Country of residence: Belgium
Mother tongue: Dutch (Flanders)
Location: Belgium

Re: Exercises

Post by Quetzal » Tue Jan 23, 2007 6:46 pm

Marco wrote:
Quetzal wrote:
brilocat wrote: 6.  De jongen (wandelen) in de tuin.
A-de jongen wandelen wandelt in de tuin.
B-de jongen wandelden wandelde in de tuin.
C-de jongen zijn hebben heeft in de tuin gewandeld.
;)
Zei ik toch?

User avatar
Marco
Superlid
Posts: 439
Joined: Thu Aug 18, 2005 10:41 am
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: Dutch (Netherlands)
Second language: English (Great Britain)
Third language: Turkish
Fourth language: French
Fifth, sixth, seventh, ..., languages: German, Italian, Spanish.
Gender: Male
Location: Tolkamer, NL

Post by Marco » Tue Jan 23, 2007 7:08 pm

Oh, ik was maar half wakker, zie ik. Foutje!

Mevrouw.Milano
Lid
Posts: 19
Joined: Wed Jan 18, 2012 2:04 pm
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: English
Gender: Female

Re: Exercises

Post by Mevrouw.Milano » Wed Jan 18, 2012 4:20 pm

NOW WE CAN START WITH THE EXERCISES...... A - is Present, B - is Past and C - is Present perfect......

1. Ik (zijn) (g)een meisje.
A - Ik ben geen or een meisje.
B - Ik was geen or een meisje.
C - Ik ben geen or een meisje geweest.

These sentences sounds very weird...... This is open for discussion...

2. Mary (zijn) ook een meisje.
A -Mary is ook een meisje.
B -Mary was ook een meisje.
C -Mary is ook een meisje geweest. (???)

3. (Zijn) jij een man of een vrouw?
A-Bent jij een man of een vrouw?
B-Was jij een man of een vrouw?
C-Bent jij een man of een vrouw geweest?

4. Hij (hebben) een goed boek.
A- Hij heeft een goed boek.
B- Hij had een goed boek.
C- Hij heeft een goed boek gehad.

5. (Hebben) jij ook een mooi boek?
A- Hebt jij ook een mooi boek?
B-Had jij ook een mooi boek?
C-Hebt jij ook een mooi boek gehad?

6. De jongen (wandelen) in de tuin.
A-De jongen wandelt in de tuin.
B- De jongen wandelte in de tuin.
C- De jongen had in de tuin gewandelt

7. Ian (werken) in de stad.
A- Ian werkt in de stad.
B- Ian werkte in de stad.
C- Ian heeft in de stad gewerkt.

8. (Luisteren) jullie naar de radio.
A- Luisteren jullie naar de radio?
B- Luisterd jullie naar de radio?
C-Hebben jullie naar de radio geluisterd?

9. Philip (luisteren) niet.
A- Phillip luistert niet.
B-Phillip luisterd niet.
C-Phillip heeft niet geluisterd.

10. Hij (praten) te veel.
A- Hij praat te veel.
B- Hij praate te veel.
C- Hij heeft te veel gepraat.

11. De atleet (oefenen) elke morgen.
A- De atleet oefent elke morgen.
B-De atleet oefend elke morgen.
C-De atleet heeft elke morgen geoefend.

12. Waar (planten) je vader de boom?
A-Waar plant je vader de boom?
B-Waar plante je vader de boom?
C-Waar heb je vader de boom geplanten.

13. Ik (kennen(to know the person) de vrouw niet.
A-Ik ken de vrouw niet.
B-ik kend de vrouw niet.
C-ik heb de vrouw niet gekend?

14. Laura (branden) haar vinger.
A-Laura brandt haar vinger.
B-Laura brande haar vinger.
C-Laura had haar vinger gebrandt.

15. (Zagen(to saw, to cut) jij het hout voor het vuur?
A-Zaagt jij het hout voor het vuur?
B-Zaagd jij het hout voor het vuur?
C-Hebt jij het hout voor het vuur gezaagd?

16. (Wonen) to live) je vrienden in Rotterdam?
A-Woon je vrienden in Rotterdam?
B-Woonde je vrienden in Rotterdam?
C-Heb je vrienden in Rotterdam gewoond?

17. Nee, zij (wonen) in Den Haag.
A-Nee, zij woont in Den Haag.
B-Nee, zij woonde in Den Haag.
C-Nee, zij in Den Haag gewoond.

18. Ik (pakken) het boek van de tafel.
A-Ik paak het boek van de tafel.
B-Ik paakte het boek van de tafel.
C-Ik heb het boek van de tafel gepaakt.

19. Waar (zijn) het boek?
A-Waar is het boek?
B-Waar was het boek?
C-Waar is het boek geweest?

20. Het kind (spelen)(to play) buiten(ouside).
A-Het kind spelt buiten.
B-Het kind spelde buiten.
C-Het kind had buiten gespeld

21. Waar (maken) ze auto´s?
A-Waar maken ze auto's?
B-Waar maakte ze auto's?
C-Waar hebben ze auto's gemaakt.

22. Zij(singular)(studeren) Nederlands.
A-Zij studert Nederlands.
B-Zij studerte Nederlands.
C-Zij heeft Nederlands gestuderen.

23. De student (beantwoorden) de vraag(question).
A-De student beantwoordt de vraag.
B-De student beantwoorde de vraag.
C-De student de vraag begeantwoordt.

24. (Oefenen) jij elke(every) dag op de piano?
A-Oefendt jij elke dag op de piano?
B-Oefendte jij elke dag op de piano?
C-Hebt jij elke dag op de piano geoefend?

25. De speler (raken)(to touch) be bal.
A-De speler raakt de bal.
B-De speler raakte de bal.
C- De speler hebt de bal geraakt.

User avatar
Quetzal
Retired moderator
Posts: 2173
Joined: Sat Nov 04, 2006 11:51 pm
Country of residence: Belgium
Mother tongue: Dutch (Flanders)
Location: Belgium

Re: Exercises

Post by Quetzal » Mon Jan 23, 2012 11:49 pm

Mevrouw.Milano wrote:
2. Mary (zijn) ook een meisje.
A -Mary is ook een meisje.
B -Mary was ook een meisje.
C -Mary is ook een meisje geweest. (???)

3. (Zijn) jij een man of een vrouw?
A-Bent jij een man of een vrouw?
B-Was jij een man of een vrouw?
C-Bent jij een man of een vrouw geweest?

4. Hij (hebben) een goed boek.
A- Hij heeft een goed boek.
B- Hij had een goed boek.
C- Hij heeft een goed boek gehad.
All correct except 3A and 3C, as Joke explained to you in another thread. You made this same error several more times below, I'll correct it each time but won't comment on it again. And yes, 2C is entirely correct.
Mevrouw.Milano wrote:5. (Hebben) jij ook een mooi boek?
A- Hebt jij ook een mooi boek?
B-Had jij ook een mooi boek?
C-Hebt jij ook een mooi boek gehad?

6. De jongen (wandelen) in de tuin.
A-De jongen wandelt in de tuin.
B- De jongen wandeltde in de tuin.
C- De jongen had in de tuin gewandeltd

7. Ian (werken) in de stad.
A- Ian werkt in de stad.
B- Ian werkte in de stad.
C- Ian heeft in de stad gewerkt.
You've probably heard of this rule before, but the T ending in either the past tense or the past participle is only after the consonants T K F S CH and P, generally remembered as " 't kofschip" or " 't fokschaap". After all other consonants and vowels, it's a D in both cases (with a few rare exceptions in the cases of verbs borrowed from English or other languages, where normal Dutch spelling rules are violated anyway).
Mevrouw.Milano wrote:8. (Luisteren) jullie naar de radio.
A- Luisteren jullie naar de radio?
B- Luisterden jullie naar de radio?
C-Hebben jullie naar de radio geluisterd?

9. Philip (luisteren) niet.
A- Phillip luistert niet.
B-Phillip luisterde niet.
C-Phillip heeft niet geluisterd.

10. Hij (praten) te veel.
A- Hij praat te veel.
B- Hij praatte te veel.
C- Hij heeft te veel gepraat.
A past tense verb (excepting the strong and irregular verbs) always ends on an -E, or -EN if it's plural. The D or T comes before that.

And as you can see in 10B, the D or T actually needs to be added to the past tense verb. If there already is a D or T, that means you'll get two of them. This is not the case for the past participle, however; if that already ends on a D or T, you don't have to add one anymore.
Mevrouw.Milano wrote:11. De atleet (oefenen) elke morgen.
A- De atleet oefent elke morgen.
B-De atleet oefende elke morgen.
C-De atleet heeft elke morgen geoefend.

12. Waar (planten) je vader de boom?
A-Waar plant je vader de boom?
B-Waar plantte je vader de boom?
C-Waar heb heeft je vader de boom geplanten.

13. Ik (kennen(to know the person) de vrouw niet.
A-Ik ken de vrouw niet.
B-ik kende de vrouw niet.
C-ik heb de vrouw niet gekend?
Same errors as in the previous three, and then "geplant" which is actually a "regular" past participle. And then something Joke explained in the thread I linked to above: be careful that you don't automatically read "je" as the subject of the sentence, because sometimes it's the short version of "jouw" and is a possessive. The subject is "je vader", so "hij". In the first two sentences it's the same either way, but in the third it makes a big difference.
Mevrouw.Milano wrote:14. Laura (branden) haar vinger.
A-Laura brandt haar vinger.
B-Laura brandde haar vinger.
C-Laura had haar vinger gebrandt.

15. (Zagen(to saw, to cut) jij het hout voor het vuur?
A-Zaagt jij het hout voor het vuur?
B-Zaagde jij het hout voor het vuur?
C-Hebt jij het hout voor het vuur gezaagd?

16. (Wonen) to live) je vrienden in Rotterdam?
A-Woon Wonen je vrienden in Rotterdam?
B-Woonden je vrienden in Rotterdam?
C-Hebben je vrienden in Rotterdam gewoond?
14C: No, as noted before, past participles don't need to have anything added to them if they already have a D or T. In any case the "DT" combination only exists in the present tense.

For 16, "je vrienden" means "your friends", so it's a third person plural subject that needs plural verbs.
Mevrouw.Milano wrote: 17. Nee, zij (wonen) in Den Haag.
A-Nee, zij woont in Den Haag.
B-Nee, zij woonde in Den Haag.
C-Nee, zij heeft in Den Haag gewoond.

18. Ik (pakken) het boek van de tafel.
A-Ik paak het boek van de tafel.
B-Ik paakte het boek van de tafel.
C-Ik heb het boek van de tafel gepaakt.

19. Waar (zijn) het boek?
A-Waar is het boek?
B-Waar was het boek?
C-Waar is het boek geweest?
17: Those are correct sentences (other than your forgetting "heeft"), but the intention was to refer back to number 16 with its plural subject. "Zij" can mean "she", but it can also mean "they", as you know. So the verbs you were supposed to write were "wonen", "woonden" and "hebben gewoond".

18: This has more to do with spelling than with verb conjugation, but if the infinitive is "pakken", that means the A is short, and there can never be a long A ("aa" is per definition long, as you know). If the infinitive had been "paken", which afaik doesn't exist but let's suppose for a minute that it does, what you wrote would've been correct.
Mevrouw.Milano wrote: 20. Het kind (spelen)(to play) buiten(ouside).
A-Het kind speelt buiten.
B-Het kind speelde buiten.
C-Het kind had heeft buiten gespeeld

21. Waar (maken) ze auto´s?
A-Waar maken ze auto's?
B-Waar maakten ze auto's?
C-Waar hebben ze auto's gemaakt.

22. Zij(singular)(studeren) Nederlands.
A-Zij studeert Nederlands.
B-Zij studeerte Nederlands.
C-Zij heeft Nederlands gestuderen gestudeerd.
In 20 and 22, you make the opposite error from in number 19. Here, the first E in each verb is a long one, which you can tell from the fact that it's followed by a single consonant (L and R respectively). That means the E has to remain long in each verb form, which in some cases requires writing "ee". Again, this has little to do with verb conjugation and more with spelling rules. And since the verb "spellen" does in fact exist, all three of your sentences are technically correct. In the case of 22C, it's again a "regular" past participle.

20C: "had gespeeld" was correct, but a different tense from the one you needed.
Mevrouw.Milano wrote: 23. De student (beantwoorden) de vraag(question).
A-De student beantwoordt de vraag.
B-De student beantwoordde de vraag.
C-De student heeft de vraag begeantwoordt beantwoord.

24. (Oefenen) jij elke(every) dag op de piano?
A-Oefendt jij elke dag op de piano?
B-Oefendte jij elke dag op de piano?
C-Hebt jij elke dag op de piano geoefend?

25. De speler (raken)(to touch) be bal.
A-De speler raakt de bal.
B-De speler raakte de bal.
C- De speler hebt heeft de bal geraakt.
A few of the errors mentioned above again, 24A was a bit strange especially... you don't need to add anything, since the verb precedes the "jij", but even if you did have to add something, it would never be a D. In the present tense, you *never* have to add a D to anything; the only cases where you get that "DT" combination is when there already is a D at the end of the root of the verb. In the past tense you have to add either D or T, plus E or EN, but "DT" will never occur because if there's a D, you need to add another D and not a T. So in 24B, I suppose you based yourself on 24A... but the T has no point there.

Regarding 23C, that's a rule I haven't mentioned yet in this post, but maybe you've heard it before: the verb prefixes "be-", "ver-", "ont-", "her-", "weer-" and "ge-" itself can't be combined with the "ge" that is usually added to past participles. When the infinitive of the verb begins with one of those prefixes, no "ge-" is added in the past participle. And as noted before, no need to add anything to the end of a past participle when it already ends on a D or T.

iandominicp77dutchph
Nieuwkomer
Posts: 2
Joined: Thu Feb 16, 2012 10:27 pm
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: Cebuano
Second language: Tagalog
Third language: English
Fourth language: Dutch (Netherlands)
Gender: Male

Re: Exercises

Post by iandominicp77dutchph » Thu Feb 16, 2012 10:59 pm

Hoi allemaal,

It's been 6 years since I started this topic. When I look back, I could see myself as a very motivated person who's very eager to learn this language. At one point, maybe after a year or two, I found a job here, started to have kids ( I now have 3 wonderful kids ), life started to be more hectic, passed the inburgerings cursus, naturalised, etc.... I stopped learning dutch ( grammar wise ), I will definitely visit this site again regularly..

morgan023

Re: Exercises

Post by morgan023 » Tue Mar 26, 2013 9:18 am

Thanks you for those stuff today i learn some word for present past and future words.

tumbuyayi
Nieuwkomer
Posts: 1
Joined: Sun May 29, 2011 7:33 am
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: Yoruba
Second language: English
Gender: Male

Re: Exercises

Post by tumbuyayi » Mon Sep 09, 2013 6:58 am

24. (Oefenen) jij elke(every) dag op de piano?
A- oefen jij elke dag op de piano?
B-oefende jij elke dag op de piano?
C-heb jij elke dag op de piano geoefent [goefend]

Using POCKET FISH, i think the C above is an error from you [it is from your sample answer].
If I am right, then you may want to correct it.

User avatar
Joke
Retired moderator
Posts: 1974
Joined: Fri Jan 20, 2006 8:14 pm
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: Dutch (Netherlands)
Second language: English
Third language: German
Fourth language: French
Fifth, sixth, seventh, ..., languages: Russisch (in progress...)
Gender: Female

Re: Exercises

Post by Joke » Wed Sep 11, 2013 9:07 pm

tumbuyayi wrote:24. (Oefenen) jij elke(every) dag op de piano?
A- oefen jij elke dag op de piano?
B-oefende jij elke dag op de piano?
C-heb jij elke dag op de piano geoefend [geoefend]

Using POCKET FISH, i think the C above is an error from you [it is from your sample answer].
If I am right, then you may want to correct it.
The form geoefend is correct and follows the rules of POCKET FISH.

The verb is oefenen.
Stem: oefen
the last letter of the stem (n) is not in the word pocket fish, so the past tense and the participle get a d.

User avatar
cathyknight
Nieuwkomer
Posts: 0
Joined: Mon Mar 10, 2014 10:02 am
Country of residence: United States
Mother tongue: English (United States)
Gender: Female
Location: Los Angeles, CA

Re: Exercises

Post by cathyknight » Mon Mar 10, 2014 10:21 am

This thread is cool! :D These days more and more health conscious individuals go to fitness centers to stay fit, but too often they may also be getting swindled. According to the Better Business Bureau, around 9,400 complaints were filed last year against fitness professionals, fitness centers and health clubs. That is 15 percent higher than last year. But there are things you can watch for and steps you can take to stay away from being taken to the cleaners. Source for this article: Staying Healthy.
"He who conquers others is strong; He who conquers himself is mighty." - Lao Tzu

Post Reply