Grammatica

The exercises are only available on the 'old forum', i.e. the forum before the January 2008 update. You can still do the old exercises here: www.dutchgrammar.com/forum/quiz.php
Post Reply
User avatar
thodoris7
Waardevol lid
Posts: 41
Joined: Fri Aug 18, 2006 6:39 pm
Country of residence: Greece
Mother tongue: Greek
Second language: English
Gender: Male
Location: back to Athens
Contact:

Grammatica

Post by thodoris7 » Sun Nov 05, 2006 2:36 pm

Vul in.Kies uit :
ben,bent,is,zijn

1.____________jullie Nederlanders?
2.Nee,wij____________buitenlanders.
3.Ik____________Spanjaard,
4.en mijn twee vrienden_________Italianen.
5.En jij?________jij Nederlander?
6.Nee,ik___________Belg.


Vul in.Kies uit:heb,hebt,heeft,hebben

1.Ik_________een fiets.
2.En jij?___________jij ook een fiets?
3.Ik niet,maar Saskia _________wel een fiets.
4.Jij__________een mooie fiets
5.In Nederland __________ de meeste mensen een fiets.

Vul de goede vorm van het werkwoord in,en naar nodig ook een prepositie.
Kies uit:op,in,bij,naar,met,over en aan

1.U (gaan)________ __________ de stoplichten rechtsaf.
2.Het nuseum(zijn)_________ _________ uw rechterhand.
3.De bus(komen)_______ pas ________ een uur.
4.De studenten(wonen) _________ ________ Utrecht.
5.Saskia en Karel (studeren) ___________ Grieks.
6.Wij (gaan) __________ de trein ________ Amsterdam.

Welke vraag past hier?
Begin met : hoe,waar,wat,welke of wie.

1.__________________________?Hij gaat naar het station?
2.__________________________?Ik ga met de fiets.
3.__________________________?U kunt bus 1 en bus 4 nemen.
4.__________________________?Ik studeer biologie.
5.__________________________?Ik studeer in Amsterdam.
6.__________________________?De kantine is op de eerste verdieping.
7.__________________________?Zij komen uit Frankrijk.
8.__________________________?Dat is meneer Willems.
join Multicultural Open Forum Of Europe ( http://www.mofeu.eu/forum ) so we can fun.

User avatar
thodoris7
Waardevol lid
Posts: 41
Joined: Fri Aug 18, 2006 6:39 pm
Country of residence: Greece
Mother tongue: Greek
Second language: English
Gender: Male
Location: back to Athens
Contact:

Re: Grammatica

Post by thodoris7 » Thu Nov 09, 2006 8:14 pm

Vul in.Kies uit :
ben,bent,is,zijn

1.Zijn jullie Nederlanders?
2.Nee,wij zijn buitenlanders.
3.Ik ben Spanjaard,
4.en mijn twee vrienden zijn Italianen.
5.En jij? bent jij Nederlander?
6.Nee,ik ben Belg.


Vul in.Kies uit:heb,hebt,heeft,hebben

1.Ik heb een fiets.
2.En jij?hebt jij ook een fiets?
3.Ik niet,maar Saskia heeft wel een fiets.
4.Jij hebt een mooie fiets
5.In Nederland hebben de meeste mensen een fiets.

Vul de goede vorm van het werkwoord in,en naar nodig ook een prepositie.
Kies uit:op,in,bij,naar,met,over en aan

1.U (gaan)gaat bij de stoplichten rechtsaf.
2.Het nuseum(zijn)is aan uw rechterhand.
3.De bus(komen)komt pas en/over een uur.
4.De studenten(wonen) wonen in Utrecht.
5.Saskia en Karel (studeren) studeert Grieks.
6.Wij (gaan)gaat met de trein naar Amsterdam.
join Multicultural Open Forum Of Europe ( http://www.mofeu.eu/forum ) so we can fun.

User avatar
Quetzal
Retired moderator
Posts: 2173
Joined: Sat Nov 04, 2006 11:51 pm
Country of residence: Belgium
Mother tongue: Dutch (Flanders)
Location: Belgium

Re: Grammatica

Post by Quetzal » Thu Nov 09, 2006 8:27 pm

thodoris7 wrote: 5.En jij? bent jij Nederlander?

2.En jij? hebt jij ook een fiets?

3.De bus(komen)komt pas en over een uur.

5.Saskia en Karel (studeren) studeert studeren Grieks.
6.Wij (gaan) gaat gaan met de trein naar Amsterdam.
Vijf fouten... let op, het is "jij bent", maar "ben jij". Idem voor "heb jij". En de laatste twee waren beiden gewoon de meervoudsvorm... bij de middelste zin moet er geen "en" staan - het is wel degelijk "pas over een uur", in English "not until an hour from now" or something like that.

User avatar
Qinx
Waardevol lid
Posts: 37
Joined: Thu Oct 12, 2006 2:17 pm
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: Dutch (Netherlands)
Gender: Male
Location: Breda
Contact:

Re: Grammatica

Post by Qinx » Thu Nov 09, 2006 8:39 pm

Quetzal wrote:let op, het is "jij bent", maar "ben jij". Idem voor "heb jij".
Als "trucje" om het te onthouden, heb ik vroeger als klein Qinxje geleerd:

"Ik krijg nooit t(hee), en jij niet als je erom vraagt".

Tot de dag van vandaag gebruik ik het nog steeds voor woorden waar de stam op een d eindigt:

"Jij wordt", maar "word jij...?"
Fouten zie je pas nadat je op "submit" hebt gedurkt.

PaulaN
Lid
Posts: 11
Joined: Tue Mar 27, 2007 8:19 pm
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: English
Gender: Female
Location: Zwolle

Re: Grammatica

Post by PaulaN » Wed Mar 28, 2007 10:35 am

thodoris7 wrote:Vul in.Kies uit :
ben,bent,is,zijn

1.____Zijn________jullie Nederlanders?
2.Nee,wij_______zijn_____buitenlanders.
3.Ik_____ben_______Spanjaard,
4.en mijn twee vrienden____zijn_____Italianen.
5.En jij?_____ben___jij Nederlander?
6.Nee,ik____ben_______Belg.


Vul in.Kies uit:heb,hebt,heeft,hebben

1.Ik___heb______een fiets.
2.En jij?_____heb______jij ook een fiets?
3.Ik niet,maar Saskia ____heeft_____wel een fiets.
4.Jij____heb______een mooie fiets
5.In Nederland ___hebben_______ de meeste mensen een fiets.

Vul de goede vorm van het werkwoord in,en naar nodig ook een prepositie.
Kies uit:op,in,bij,naar,met,over en aan

1.U (gaan)____gaan____   ___bij_______ de stoplichten rechtsaf.
2.Het nuseum(zijn)____is_____   ___aan______ uw rechterhand.
3.De bus(komen)__kom_____ pas ____over____ een uur.
4.De studenten(wonen) _____woonen____   ____in____ Utrecht.
5.Saskia en Karel (studeren) _____Studeren______ Grieks.
6.Wij (gaan) ____gaan______ de trein ___naar_____ Amsterdam.

Welke vraag past hier?
Begin met : hoe,waar,wat,welke of wie.

1.Waar is Jan? Hij gaat naar het station?
2.hoe gaat jij naar werk? Ik ga met de fiets.
3.Welke bus gaat naar het centrum? U kunt bus 1 en bus 4 nemen.
4._Wat studeer jou? Ik studeer biologie.
5.Waar studeer jou?_?Ik studeer in Amsterdam.
6._Waar is de Kantine?_?De kantine is op de eerste verdieping.
7.Waar komt zij vandaan__?Zij komen uit Frankrijk.
8.Wie is de meneer? Dat is meneer Willems.

Mevrouw.Milano
Lid
Posts: 19
Joined: Wed Jan 18, 2012 2:04 pm
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: English
Gender: Female

Re: Grammatica

Post by Mevrouw.Milano » Wed Jan 18, 2012 3:48 pm

Vul in.Kies uit :
ben,bent,is,zijn

1. Zijn jullie Nederlanders?
2.Nee,wij zijn buitenlanders.
3.Ik ben Spanjaard,
4.en mijn twee vrienden zijn Italianen.
5.En jij? Bent jij Nederlander?
6.Nee,ik ben Belg.


Vul in.Kies uit:heb,hebt,heeft,hebben

1.Ik heb een fiets.
2.En jij? Hebt jij ook een fiets?
3.Ik niet,maar Saskia heeft wel een fiets.
4.Jij hebt een mooie fiets
5.In Nederland hebben de meeste mensen een fiets.

Vul de goede vorm van het werkwoord in,en naar nodig ook een prepositie.
Kies uit:op,in,bij,naar,met,over en aan

1.U gaat bij de stoplichten rechtsaf.
2.Het museum is aan uw rechterhand.
3.De bus komt pas over een uur.
4.De studenten wonen in Utrecht.
5.Saskia en Karel studeren in Grieks.
6.Wij gaan met de trein naar Amsterdam.

Welke vraag past hier?
Begin met : hoe,waar,wat,welke of wie.

1.Wie gaan naar het station? Hij gaat naar het station.
2.Hoe gaan je naar werk? Ik ga met de fiets.
3.Welke bus moet ik nemen? U kunt bus 1 en bus 4 nemen.
4.Wat ben je studeren? Ik studeer biologie.
5.Waar ben je studeren? Ik studeer in Amsterdam.
6.Waar staan de kantine? De kantine is op de eerste verdieping.
7.Waar komt zij vandaan? Zij komen uit Frankrijk.
8.Wie is dat? Dat is meneer Willems.

Post Reply