I am going to have my Dutch oral exam this week, need some help on those questions.
Can anyone help me answer those questions in complete sentences? Thanks a lot!
1. Vind je het leuk om boodschappen te doen? Waarom? Waarom niet?
2. Wat is gezond om te eten?
3. Wat is niet gezond?
4. Wat is voor jou vakantie?
5. Wat ga je doen in de vakantie?
6. Waar ga je heen in de vakantie?
7. Hoe ga je?
8. Waar slaap je?
9. Wat neem je mee?
10. Ben je wel eens op Schiphol geweest? Zo ja, waar ging je naar toe?
11. Ga je vaak met de trein?
12.Koop je wel eens een treinkaartje?
13. Ben je wel eens op zakenreis geweest?
14. Wat neem je mee op een zakenreis?
15. Ben je gezond? Waarom wel-niet?
16. Heb je een keer in het ziekenhuis gelegen?
17. Ben je wel eens geopereerd?
18. Doe je aan sport?
19. Wat voor sport?
20. Hoeveel keer per week sport je?
