RSS RSS   Frequently Asked Questions FAQ   Kwebbelhoekje Chat   View the advanced search options Search   Register Register   Login Login   Exercise Exercise
  Change font size Print view It is currently April 16th, 2014, 11:21 am    
 

Voorbeeldvragen inburgeringsexamen

NT2 is 'Nederlands als Tweede Taal' or 'Dutch as a second language. 'Inburgering' is 'integration'. Many people who settle in the Netherlands have to do the 'inburgeringsexamen' or 'Staatsexamen NT2'. In this subforum, you can ask questions about this exam. If you have already done the exam, you are warmly invited to share your experience with us!

Voorbeeldvragen inburgeringsexamen

Postby Milagros » December 8th, 2008, 5:49 pm

hola chicas miren aca tengo algo de informacion ... aver si los sirve
son los las preguntas no significa q este sea la pregunta pero puede ser q algo de aca los toque.... bueno y el nazeggen tienen q repetir nada mas ... no se queden calladas repitan lo q escuchen
Korte vragen

Kun je met een lepel eten? Ja
Is een jongen een man of een vrouw? Man
Eet je in de ochtend een ontbijt? Ja
Wanneer is de lunch? ’s Middags
Hoeveel neuzen heeft een mens? 1
Heeft een mens vijf handen of twee handen? Twee
Renate is 15 en Anne is 13…wie is er jonger?
Hoeveel vingers heeft een mens? Tien
Kan een vliegtuig vliegen? Ja
Welke kleur heeft de lucht? Blauw
Wat is langer een uur of een kwartier? Uur
Kun je op een stoel zitten? Ja
Is iemand die hoofdpijn heeft ziek? Ja
Hoe noem je de zoon van je oom? Neef
Hoe noem je de man van je zus? Zwager
Is een koe een mens of een dier? Dier
Doe je een pet op je hoofd? Ja
Het is nu zes uur..over twee uur is het…? 8 uur
Kun je kleren eten? Nee
Piet is dunner dan Jan…wie is het dikst?
Heeft een man een baard? Ja
Wat doe je in de keuken? Koken
Wat doe je in een slaapkamer? Slapen
Hoeveel ogen heeft een mens? Twee
Is een appel gezond? Ja
Wat is gezonder een sinaasappel of chocola? Sinaasappel
Word je van patat dik? Ja
Als je 100 jaar bent…ben je dan jong? Nee
Kim is 18 jaar en Peter is 32 jaar wie is er ouder? Peter
Is Jan een jongen? Ja
Hoeveel uur heeft een dag? 24
Hoeveel kwartier heeft een uur? 4
Wat is korter een kwartier of vijf minuten? Vijf minuten
Is een hond paars? Nee
Komt er uit de kraan alleen warm water? Nee
Kan iemand die blind is zien? Nee
Is de zon rond of vierkant? Rond
Is een dag langer dan een jaar? Nee
Welk seizoen is kouder…de herfst of de lente? De herfst
Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga? Buiten
Is een broek kleding? Ja
Is moeder een beroep? Nee
Kun je met geld betalen? Ja
Hoe noem je de dochter van je tante? Nicht
Het is nu twee uur..over een kwartier is het….? Kwart over twee
Het is vandaag zaterdag..overmorgen is het..? maandag
Heeft een paard benen of poten? Poten
Heeft een mens twee benen of 3 benen? Twee
Is zondag een werkdag? Nee
Wat noemen we het weekend? Zaterdag en zondag
Noem een werkdag… maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag
Het is nu woensdag..gisteren was het…? Dinsdag
Welk seizoen is het koudst? De winter
Welk seizoen is het warmst? De Zomer
Wat doet een bakker? Brood bakken
Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? Moeilijk
Ben je gezond of ziek als je de griep hebt? Ziek
Mijn vader is langer dan mijn moeder..wie is het langst? Vader
Is leraar een beroep? Ja
Als ik boos ben…ga ik dan lachen? Nee
Is de nacht licht of donker? Donker
Schijnt de zon overdag? Ja
Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten? Drie
Wat is eerder…acht uur of half negen? Acht uur
Wat is gezonder snoep of fruit? Fruit
Is een peer groente? Nee
Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? Ja
Het is nu vrijdag…eergisteren was het? Woensdag
Legt een haan een ei? Nee
Het is nu negen uur…over een half uur is het? Half 10
Staat een oven in de keuken? Ja
Wat doe je in een keuken? Koken
Kan ik met een bril kijken? Ja
Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen? Niet zien
Is januari een seizoen? Nee
Is oma een mens of een dier? Mens
Wat is gezonder melk of limonade? Melk
Hoeveel seizoenen heeft een jaar? Vier
Heeft de mens een lichaam? Ja
Heeft een huis een huiskamer? Ja
Wat is duurder…een trui van 15 euro of 30 euro? 30 euro
Wordt iets goedkoper met korting? Ja
Is oktober een seizoen of een maand? Maand
Welke maand komt voor mei? April
Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk? Makkelijk
Als iets kookt, is het dan heet of koud? Heet
Wat doe je in een bed? Slapen
Hoeveel zijden heeft een driehoek? drie
Hoe smaakt suiker? Zoet
Wat is groter een muis of een konijn? Konijn
Welk getal komt na 19? 20
Is je nicht een man of een vrouw? Vrouw
Is tekenen een hobby of een beroep? Hobby
Is een gezicht vierkant? Nee
Fiets je op een rivier of op een pad? Pad
Is ijs warm of koud? Koud
Wat is minder…24 euro of 11 euro? 11 euro
Zijn schoenen om te lopen of om te drinken? Lopen
Waar ga je naar toe als je ziek bent? De dokter
Wat is later 12 uur of half 11? Twaalf uur
Wat komt er na de zomer? Herfst
Sneeuwt het in de winter of in de lente? Winter
Wat doe je met een glas? Drinken
Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld? Weinig
Kun je met een vliegtuig vliegen? Ja
Is een bloemkool groente of fruit? Groente
Welk dier legt eieren? Kip
Is een kip een man of een vrouw? Vrouw
Is een stier een man of een vrouw? Man
Waar woon je? Marokko
Kun je met een auto rijden of vliegen? Rijden
Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? veel
Is een kerk een gebouw of poort? Een gebouw
Kan een vis zwemmen? Ja
Kun je rijst eten of drinken? Eten
Is een merrie een man of een vrouw? Vrouw
Hoe noem je een gebouw waar kinderen les krijgen? School
Kun je schaatsen als het koud is, of warm? Koud
1 uur …hoeveel kwartier is het? Vier
1 uur..hoeveel minuten is dat? 60
Een half uur..hoeveel minuten is dat? 30
1 minuut hoeveel seconden is dat? 60
Wat is meer..64 euro of 65 euro? 65
Kan een paard hinniken of blaffen? Hinniken
Wat doet een poes? Miauwen
Is een hengst een man of een vrouw? Man
Wat doe je met een boek? Lezen
Waar ga ik naartoe als ik ziek ben? Naar de dokter
Is een huis een gebouw? Ja
Wat een kun je met een videocamera? Filmen
Kim is langer dan peter….is kim het langst? Ja
Doe je het licht aan of uit als het donker is? Aan
Is Parijs een stad of een land? Stad
Is jan een voornaam of een achternaam? Voornaam
Kan een stier melk geven? Nee
Is een lammetje ouder dan een schaap? Nee
In welke maand is het kerst? December
Wat wordt er op 5 december gevierd? Sinterklaas
Is een trein een vervoersmiddel? Ja
Is roken gezond of ongezond? Ongezond
Als iets gemakkelijk is..is het dan makkelijk of moeilijk? Makkelijk
Kan een eend in het water zwemmen? Ja
Zien alle mensen er hetzelfde uit? Nee
Kan een baby praten? Nee
Wat is de eerste dag van de week? Maandag
Hoeveel dagen telt een week? 7
Wat is de laatste dag van de week? Zondag
Is een kind van 8 jaar volwassen? Nee
Is zuurkool groente of fruit?
Zijn groenten gezond? Ja
Is een jurk voor een meisje of een jongen? Meisje
In welk seizoen schijnt de zon het meest? Zomer
Welk getal komt na 65? 66
Als iets duur is moet je dan veel of weinig geld betalen? Veel
Is vlees om te drinken? Nee
Is een heer een man of een vrouw? Man
Kan een paard vliegen? Nee
Hoe noem je de vrouw van je broer? Schoonzus
Sandra is zwaarder dan Kim..wie is het lichtst? Kim
Het is 12 uur..over twintig minuten is het? 10 voor half 1
Wat doe je met een bril? Kijken
Wat doe je met een nagelschaar? Nagels knippen
Mijn ouders hebben elf kinderen..hebben wij een klein gezin? Nee
Zijn oorbellen sieraden? Ja
Wat doe je met een pen? Schrijven
Als ik verdrietig ben, ben ik dan blij? Nee
Is een trui kleding? Ja
Hoeveel voeten heeft een mens? Twee
2 dagen..hoeveel uur is dat? 48
Is een tomaat fruit? Nee
Kun je met een mond zien of praten? Praten
Wat is kleiner een auto of een vliegtuig? Auto
Wat kun je met een telefoon? Bellen
Kun je koek eten of drinken? Eten
Kun je in een supermarkt kleren kopen? Nee
Wat doe je met speelgoed? Spelen
Doe je het licht in het donker uit of aan? Aan
Is een berg hoog of laag? Hoog
Welk getal komt voor 15? 14
Heb je heet water nodig om te koken? Ja
Kan een kip zwemmen? Nee
Wat doe je met een kam? Kammen
Wat doet een geit? Mekkeren
Is een flat laag of hoog? Hoog
Is 35 minder dan 40? Ja
Achmed is korter dan Ali…wie is er langer? Ali
Heeft een auto een stuur? Ja
Ben je groot als je klein bent? Nee
Zijn dieren hetzelfde als mensen? Nee
Is een dame een man of een vrouw? Vrouw
Hoe noem je iemand die uit Nederland komt? Nederlander
Is snoep gezond? Nee
Wat doen kinderen in een speeltuin? Spelen
Wat kun je met een fluit? Fluiten
Doe je sokken aan je handen? Nee
Is de basisschool voor volwassenen? Nee
Wat doe je met een weegschaal? Wegen
Welke kleur heeft bloed? Rood
Als iets mag is het dan toegestaan of verboden? Toegestaan
Kapot..is dat heel of stuk? Stuk
Wat doet een schilder? Schilderen
Wat maakt een fietsenmaker? Fietsen
Wat verkoopt een groenteman? Groenten
Geeft een leraar les? Ja
Waar woont een koning? Paleis
Wat doe je met een neus? Ruiken
Is sporten gezond? Ja
Rennen…is dat snel of langzaam? Snel
Schreeuwen is dat hard of zacht? Hard
Kruipen…is dat snel of langzaam? Langzaam
Fluisteren….is dat zacht? Ja
’s nachts…..is het dan donker of licht? Donker
Bijna….is dat helemaal? Nee
Warmte….is dat droog of nat? Droog
Is de zon warm of koud? Warm
Iemand met een hoog salaris verdient hij veel of weinig? Veel
Als je thee zet, gebruik je dan heet water of gebruik je koud water? heet
Wat is langer een been of een arm? been
wat kun je met een potlood? Tekenen
Is januari een dag of een maand?
Een auto, heeft die twee wielen of vier wielen?
Is een auto om in te rijden of om te koken?
Wat kun je doen met een mes? snijden
Is een kerk een gebouw of een poort? gebouw
Hoe noem je iemand die niets kan horen? doof
Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? veel
Wie woont er op een boerderij? boer
Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen? school
Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? moeilijk

ACA HAY ALGO DE Tegenstellingen
Tegenstellingen


1. aangenaam – onaangenaam
2. aanwezig – afwezig
3. aardig – onaardig
4. actief – passief
5. altijd – nooit
6. andere – dezelfde
7. arm – rijk
8. bang – dapper
9. bekend – onbekend
10. beleefd – onbeleefd
11. beter – slechter
12. bewust – onbewust

15. binnen – buiten
16. blij – verdrietig
18. bot – scherp
20. boven – beneden
21. breed – smal
22. daarna – daarvoor
23. dag – nacht
24. dapper – laf
25. dicht – open
26. dichtbij – veraf
27. diep – ondiep
28. dik – dun
30. donker – licht

31. droog – nat
32. druk – stil
33. duur – goedkoop
34. echt – onecht
35. eenvoudig – ingewikkeld
36. eerlijk – oneerlijk
37. eerste – laatste
38. ergens – nergens
39. even – oneven
40. expres – per ongeluk
41. fijn – grof
43. geduldig – ongeduldig
45. gelijk – ongelijk

46. geschikt – ongeschikt
47. gewoon – ongewoon
48. gezond – ongezond
49. gierig – gul
50. oorlog - vrede
51. glanzend – dof
52. goed – fout
53. goed – slecht
54. goedkoop – duur
55. groot – klein
56. haat – liefde
57. half – heel
58. handig – onhandig

59. hard – zacht
60. heel – stuk
61. heen - terug
62. heet – koud
64. hier – daar
65. hierna – hiervoor
66. hoog – laag
67. horizontaal – verticaal
68. houden van – haten
69. iets – niets
70. interessant – saai
71. ja - nee
72. jong – oud

73. juist – onjuist
74. kapot - heel
75. klein – groot
76. knap – dom
77. kort - lang
78. koud – warm
79. laag – hoog
80. langzaam – snel
81. later – vroeger
82. leeg – vol
83. lekker – vies
84. lelijk – mooi

85. leuk – vervelend
86. leven – dood
87. licht – donker
88. licht – zwaar
89. links - rechts
90. los – vast
91. lui – ijverig
92. makkelijk – moeilijk
93. mals – taai
94. mannelijk – vrouwelijk
95. maximaal – minimaal

96. meer – minder
97. meest – minst
98. min – plus
99. modern – ouderwets
100. moeilijk – makkelijk
101. mogelijk – onmogelijk
102. mooi – lelijk
103. nacht – dag
104. nat – droog
105. netjes – rommelig
106. niet – wel
107. nieuw – oud
108. nodig – onnodig
109. nooit – altijd
110. noord – zuid

111. normaal – abnormaal
113. nu – straks
115. omhoog – omlaag
116. oost – west
117. op tijd – te laat
118. open – dicht
119. openbaar – privé
121. oud – jong
122. oud – nieuw
123. overdag – ’s nachts
124. plus – min
125. precies – ongeveer
126. raak – mis
127. recht – krom

129. rond – vierkant
130. samen – alleen
132. scherp – bot
133. schoon – vuil
134. schuldig – onschuldig
135. slap – stijf
136. slim – dom
137. slordig – netjes
138. lekker - vies
139. smal – breed
140. soms – altijd
141. sterk – zwak
142. stout – lief

143. strak – los
145. toekomst – verleden
146. vandaag – morgen
147. veel – weinig
148. verdrietig – blij
149. verleden – toekomst
150. vers – oudbakken
151. verstandig – onverstandig
152. vet – mager
153. vlug – langzaam
154. vol – leeg
155. voor – tegen
156. voorzichtig – onvoorzichtig

157. vorige – volgende
158. vriendelijk – onvriendelijk
159. vroeg – laat
160. vroeger – later
161. vuil – schoon
163. warm - koud
164. weinig – veel
166. wijs – dom
167. zacht – hard
168. zeker – onzeker
170. ziek – gezond
171. zoet – zuur
172. zon – maan
173. zwaar – licht
174. zwak – sterk

1. achternaam – voornaam
2. alles – niets
3. arm - been
4. begin - einde
5. binnenkant – buitenkant
6. binnenland – buitenland
7. broer – zus
8. dag – nacht
9. dames - heren
10. dood – leven
11. dorp – stad
12. geluk – ongeluk
13. hand – voet
14. honger – dorst
15. iemand – niemand
16. iets – niets

17. ingang – uitgang
18. kind – volwassene
19. lawaai – stilte
20. lengte – breedte
21. liefde - haat
22. man – vrouw
23. meneer - mevrouw
24. nacht – dag
25. neef – nicht
26. ochtend – avond
27. onderkant – bovenkant
28. oom – tante
29. oorlog – vrede
30. opa – oma
32. ouders - kinderen

34. succes - mislukking
35. voordeel – nadeel
36. voorjaar – najaar
37. voorkant – achterkant
38. vraag – antwoord
39. vriend – vijand
40. winst – verlies
41. winter - zomer
42. zon – maan
43. zon – schaduw
44. zonsopgang – zonsondergang

46. aandoen – uitdoen
47. aankleden – uitkleden
48. beginnen – stoppen
50. branden – blussen
51. delen – vermenigvuldigen
52. drijven – zinken
53. eten – drinken
54. geven – krijgen
55. groeien – krimpen
57. inpakken – uitpakken
58. komen - gaan
59. kopen – verkopen
60. leven – sterven

61. lukken – mislukken
62. onthouden - vergeten
63. openen – sluiten
64. optellen – aftrekken
65. praten – zwijgen
66. slagen – zakken
67. slapen – wakker zijn
68. staan – zitten
69. stijgen - dalen
70. stoppen – doorgaan
71. trouwen - scheiden
72. uitdoen - aandoen

73. vergeten – herinneren
74. verhogen – verlagen
76. vinden – verliezen
77. vriezen – dooien
78. winnen – verliezen
79. zitten – staan

1. aan - uit
2. achter – voor
3. binnen – buiten
4. boven – beneden
5. boven - onder
6. dichtbij – veraf
7. in – uit
8. op – af
9. op – onder
10. uit – in
11. voor - na
vijf minuten geleden over vijf minuten

estudien traten de memorizarlo nada mas :D
depues les mando el naseggen .... besos
doeiiii
Milagros
Nieuwkomer
 
Posts: 1
Joined: December 8th, 2008, 5:31 pm
Country of residence: Peru
Mother tongue: Spanish
Second language: English
Gender: Female

Voorbeeldvragen inburgeringsexamen

Sponsor


Do not like ads? Register for free and view this forum without ads.
Sponsor
 

Re: Vragenlijst inburgering

Postby Bieneke » December 9th, 2008, 2:39 pm

¡Muchas gracias! Eso es muy útil. Una traducción para ellos que no entienden español:

Milagros posted a list of questions that you can expect for the Inburgeringsexamen (for which you have to answer questions over the phone). You may not receive the exact same questions, but they will at least be similar. Milagros advises you to memorize the list of questions and answers she posted. She adds that for the part 'nazeggen' (repeating sentences), you should always give an answer. Simply repeat what you heard.
Bieneke
User avatar
Bieneke
Site Administrator
 
Posts: 1946
Joined: August 10th, 2005, 10:18 pm
Location: Maastricht
Country of residence: Netherlands
Mother tongue: Dutch (Netherlands)
Second language: English
Gender: Female

Re: Voorbeeldvragen inburgeringsexamen

Postby uschy » February 27th, 2009, 10:30 pm

Hola milagros, sorry to bother you, Will you please send me the part that is missing nazeggen 'nazeggen'? I will make my exam and I am little nervious... can you please help me asap?
Thanks a lot
hou he taai...
Isabel
uschy
Nieuwkomer
 
Posts: 2
Joined: February 27th, 2009, 10:03 pm
Country of residence: Mexico
Mother tongue: Spanish
Second language: English (United States)
Gender: Female

Re: Voorbeeldvragen inburgeringsexamen

Postby Lali » February 28th, 2009, 1:16 pm

Hi..

I am about to make the inburgerings exam as well... Seems is quite similar to the inburgerings buitenland... except for the portfolio, which for me is the most difficult part.
Has anyone presented the exam lately?
I also have so much questios and feel confused..

thanks.. seems there are lots of spanish speaking people, shall i write then in spanish? sorry I am new in this forum
Lali
Nieuwkomer
 
Posts: 1
Joined: February 28th, 2009, 1:06 pm
Mother tongue: Spanish
Second language: English
Gender: Female

Re: Voorbeeldvragen inburgeringsexamen

Postby sweet doc » May 18th, 2010, 10:13 am

hey,
thankyou..thats a big help..but i am really bad at repeating setences..can any one help me with that or probably share any audio files?
sweet doc
Nieuwkomer
 
Posts: 2
Joined: May 18th, 2010, 9:46 am
Country of residence: Pakistan
Mother tongue: Urdu
Second language: English
Gender: Female

Re: Voorbeeldvragen inburgeringsexamen

Postby kapir » June 29th, 2010, 7:09 am

Mili!

te dan las oraciones en un papel y las puedes leery repetirlas? o solo las escuchas y tienes que repetirlas?

si podrias explicar todo el examen te lo agradeceria mucho!

kapir
kapir
Nieuwkomer
 
Posts: 1
Joined: June 29th, 2010, 7:03 am
Mother tongue: Spanish
Second language: English (United States)
Gender: Female


Return to NT2-examen & Inburgering

Who is online

Users browsing this forum: No registered users