Page 1 of 1

liggen, zitten, and staan.

Posted: Sun May 28, 2006 11:07 am
by Bieneke
user222 wrote:Can it use "zijn" like this?

"Het boek is op de tafel."
"Het eten is op tafel."
No, you cannot use 'is' here. When pointing out a location, we use 'liggen', 'zitten', and 'staan' instead of 'zijn'.

Het boek ligt op tafel
The book is on the table.

Het boek staat op de plank.
The book is on the shelf.

De was zit in de droger.
The laundry is in the dryer.

Mijn auto staat om de hoek.
My car is (parked) around de corner.

Posted: Sun May 28, 2006 2:43 pm
by Zusje
Waanner moeten we 'staan', 'liggen' of 'zitten' gebruiken?

Mag ik zeggen: Het boek staat op tafel?

Posted: Sun May 28, 2006 3:04 pm
by Joke
Zusje wrote:Wanneer moeten we 'staan', 'liggen' of 'zitten' gebruiken?

Mag ik zeggen: Het boek staat op tafel?
Dat kan ook, het hangt af van de positie van het boek.
Kijk, ik heb hier een plaatje van boeken op een kast:
Alle boeken staan op de kast, behalve boek 3. Dat ligt op de kast.

Image

Zitten gebruiken we volgens mij alleen in combinatie met 'in':
Het boek zit in de doos.
Wat zit er in dit pakje?

Joke

PS: Bieneke, sorry dat het plaatje zo groot is. Ik kon geen kleinere vinden die zo duidelijk was. Ik hoop dat het niet uitmaakt voor geheugen ofzo.

Posted: Sun May 28, 2006 7:18 pm
by Guest
Joke,
Dank je wel voor jou uitleggen. Duidelijk! :wink:

Posted: Mon May 29, 2006 5:36 pm
by Bieneke
Joke wrote:PS: Bieneke, sorry dat het plaatje zo groot is. Ik kon geen kleinere vinden die zo duidelijk was. Ik hoop dat het niet uitmaakt voor geheugen ofzo.
Dat maakt niets uit, vooral niet voor zo'n prachtig plaatje. :-D En bovendien staat het op een externe website, hihi. Ik zal hem voor de zekerheid op deze server zetten.

Zitten, staan en liggen

Posted: Fri Apr 20, 2007 4:06 pm
by BrutallyFrank
Written by a friend of mine. It's meant as a joke and it's not from a course. But the things in it are true ...


Uit de cursus
“Nederlands voor beginners”

Wij feliciteren u met deze eerste stap en zullen u zo snel mogelijk op weg proberen te helpen. U zult merken dat het Nederlands in het geheel niet moeilijk is en dat u al na korte tijd menig gesprek zult kunnen volgen en ook voeren.

Als opwarmertje een eenvoudige vraag, waarin het Nederlands zich van uw eigen taal onderscheidt: het gebruik van de woorden “staan, liggen, zijn (zich bevinden)”.

Wanneer staat iets? Wanneer ligt iets? Of is het gewoon ergens?

In uw eigen taal is dit eenvoudig, u gebruikt telkens het werkwoord être: la bière est sur la table, le livre est sur la table enz. enz. In onze taal kan dit niet. Iets staat, ligt of is ergens. In dit geval: het bier staat op (de) tafel, het boek ligt op (de) tafel.

Het voorwerp dat “staat” dient een bepaalde vorm te bezitten. Heel globaal “staat” iets, als het voor het oog een grotere hoogte dan breedte bezit. Met andere woorden optisch dient het voorwerp een “verticaal gericht karakter” te bezitten. Bovenstaande zinnen maken echter duidelijk, dat het zó eenvoudig natuurlijk óók weer niet is: u als oplettend cursist zegt natuurlijk meteen: “Maar een asbak heeft toch eerder een horizontaal karakter?”

Hoewel er talloze vormen van asbakken bestaan (zelfs torenvormige, die in dat geval dus, gezien de aard van hun vorm, wel móeten staan), zegt ons taalgevoel inderdaad dat een asbak, evenals een schoteltje op tafel stáát. Dus ook lagere voorwerpen die een (van boven geopende) holte bezitten, eventueel in combinatie met een voet of voetjes (dit laatste is belangrijker dan u denkt, maar hierover later meer), stáán. (asbakken, borden, schotels, kopjes en bakjes van algemene aard).

Stellen wij ons nu een bal of kogel voor (inderdaad, de eventuele holte is hier geheel gesloten!), dan moet dit voorwerp weer liggen. Dit verandert niet, als we een stuk uit de bal zouden snijden en zo de holte dus openen. Het bal-achtige karakter blijft ondanks de ingreep dusdanig sterk aanwezig, dat ons gevoel blijft zeggen: dit ding lígt ergens.

Ook het formaat van een voorwerp kan een rol spelen: een kubus van 2 bij 2 meter stáát op een tafel. Een dobbelsteen (óók een kubus) staat nooit, maar ligt telkens ergens op, onder, naast, enz.

Wat gebeurt er nu, als dezelfde kubus van 2 bij 2 meter van de tafel valt? Dan ligt hij plotseling op de grond!!! Als ik echter uw woonkamer binnentreed en een grote kubus op de grond zet, dan stáát deze vervolgens weer op de grond. Valt hij echter uit mijn handen en komt in precies dezelfde positie op de vloer terecht, dan ligt hij weer. In Nederland moet u dus telkens weten waaróm een voorwerp zich ergens bevindt: zit er een diepere bedoeling achter de plaats, heeft de plaats een functie, dan stáát het voorwerp er. Is de plaats door toeval, willekeur bepaald, dan spreken wij (meestal) weer van liggen. Het kan echter ook “zitten” zijn, maar hierover later meer.

Bij de mens is het wezen even eenvoudig. Het zitten buiten beschouwing gelaten stáát of lígt een mens ergens op, in, onder enz. Wat echter te denken van dit korte gesprek:
“Hallo Piet, waar is opa?” Antwoord: “Die staat in de kelder.”
Dit kan niet, net als in uw eigen taal moeten wij hier zeggen: “Die is in de kelder.” U zult tegenwerpen dat hij toch ook in de kelder kan zitten of liggen? Deze twee mogelijkheden geven echter een (mogelijk) subtiel verschil weer:
“Hij zit in de kelder” wekt de indruk dat iets (windvlaag , tocht) of iemand ervoor gezorgd heeft dat bijvoorbeeld de deur is dichtgeslagen en hij er niet meer uit kan. Of dat de persoon misschien iets geheimzinnigs doet (hij zit in de kelder …. een bom te maken, gif te mengen, of iets dergelijks).

“Hij ligt in de kelder” wordt door ons meestal direct geassocieerd met overlijden. Liggen of zitten in de kelder vraagt dus telkens om een nadere uitleg. Als u in het Nederlands wilt zeggen dat die persoon zich daar bevindt, zónder dat u weet wat hij er eventueel uitspookt (il est …), dan zegt u gewoon “hij is …” Bij voorwerpen moeten we ons telkens weer afvragen: “waaróm bevindt het zich daar.” Een bed bezit een horizontaal karakter, toch bepalen de poten dat dit voorwerp stáát (in wezen draagt de horizontale vorm tóch iets in zich van “omhoog willen” en daarmee feitelijk een onderdrukt vertikaal karakter met sterk horizontale elementen). Dus moet u zeggen: “Het bed staat in de kelder” (hoger doel). Als u echter in een vlaag van woede hetzelfde bed van de keldertrap gooit, dan kunt u rustig zeggen “dat bed ligt in de kelder” (element van willekeur met als directe aanleiding woede, opwinding en dergelijke).

Een ander voorbeeld: u gaat met vakantie en neemt een krant mee (of dé krant? Meer over dit probleem in een ander hoofdstuk). U gooit de krant achteloos in een koffer zonder de bedoeling haar nog eens te lezen. Op de vraag waar de krant is, zult u in het Nederlands moeten antwoorden met “die ligt in de koffer” (“Neue Sprachwissenschaftliche Untersuchungen im Bezug zum Charakter und zum Wesen der elementaren Grundformen in de Niederländischen Sprache”, smelliw, 1903). De vraag of het de of het koffer moet zijn, laat ik nu even in het midden. Dit is eerder een stylistische kwestie (zie hfdst. 12).

Bij de dieren hebben wij natuurlijk veel minder problemen (de insecten worden hier met opzet niet behandeld; op dit probleem kom ik uitvoerig terug in hfdst. 13. Dit geldt ook voor de hogere en lagere weekdieren. Deze worden gezien de geheel eigen problematiek ten aanzien van “liggen, staan en zitten” of  “zijn” zéér uitvoerig besproken in hfdst.24*). Dieren met een duidelijk vertikaal karakter stáán natuurlijk en dieren die zich laag bij de grond bevinden, zitten ergens op, onder, tussen enz. U voelt aan dat een konijntje niet in de tuin stáát, terwijl een struisvogel dat wèl doet (tenzij hij zit natuurlijk!). Kunnen wij analoog aan de opa dan gewoon zeggen “de struisvogel is in de kelder?” Neen! Wij leggen op dat moment te veel mogelijk initiatiefname bij de struisvogel. Het is onwaarschijnlijk dat de vogel zèlf de deur geopend heeft en naar beneden gelopen is (bijvoorbeeld om iets te eten te zoeken). Bij een struisvogel in de kelder ligt onmiddellijk het idee op de loer dat iemand het dier daar “ingestopt heeft” (met een (hoger?) doel dus). Als u goed heeft opgelet weet u nu dus dat u dient te zeggen “de struisvogel zit in de kelder.” Als u echter zeker weet dat het dier dood is, dan kunt u natuurlijk zeggen dat hij in de kelder ligt. Als het dier gewond zou zijn, dan dient u eerst in de kelder te kijken of hij daadwerkelijk ligt. Mocht u bang zijn voor het dier en daarom niet durven kijken, kies dan gewoon voor het veilige “de struisvogel zit in de kelder.”

Bij de opgezette dieren kent onze taal gelukkig geen probleem: àlle opgezette dieren stáán ergens. Tenzij ze omgevallen zijn: dan liggen ze weer. Als u uw opgezette dieren meeneemt op vakantie is het enigszins onduidelijk of ze nu in de koffer liggen of zitten. Kies dan steeds voor het veiligere “liggen” (het is namelijk onwaarschijnlijk dat u de dode dieren met een duidelijk vooropgezet doel in de koffer heeft gestopt). Dit geldt natuurlijk niet als u beroepsmatig met opgezette dieren reist (bijvoorbeeld om een expositie te organiseren over opgezette strand- en zeedieren in combinatie met bijvoorbeeld dieren uit het Hooggebergte): in dat geval zitten de dieren natuurlijk weer in de koffer (de koffer?).

* Mocht u in het onderwerp geïnteresseerd zijn geraakt, dan verwijs ik graag naar één van mijn talrijke publicaties in het “Fachzeitschrift für Liebhaber von Weichtieren”, te weten: “Sind die Weichtiere schlauer als wir?”, waarin ik ook uitvoerig inga op de vraag hoe de positie van deze interessante dieren te beschrijven (zit of is de octopus op de bodem?).

Ik heb mij in deze korte uiteenzetting natuurlijk moeten beperken tot het aangeven van de hoofdlijnen, daar anders het gevaar ontstaat, dat de kwestie voor u onoverzichtelijk wordt en u wellicht uw belangstelling voor deze interessante kwestie zou kunnen verliezen. Nu, dit kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn van een taalcursus voor beginners. Vandaar dat ik mij tot het uiterste heb ingespannen deze materie glashelder voor u uiteen te zetten. Ik wens u dan ook veel studie- en leesplezier toe met de overige hoofdstukken uit dit boek!!!

Met vriendelijke groet:

Smelliw

Posted: Fri Apr 20, 2007 6:54 pm
by EetSmakelijk
that was a little bit advanced for this beginner. :P
Now I am wondering if I have to make sure an animal is dead before I can say it lies???
I don't know a lot of those words so not sure I read it right.
I think I'll just continue to guess and to say some very strange things.
Thanks for the funny post. :grin:
Groetjes,

Posted: Fri Apr 20, 2007 8:38 pm
by BrutallyFrank
Never mind the level of this story: it's even confusing for people that have Dutch as a native language. The paradox of the story is that it makes clear how unclear Dutch is ...

Same thing with the animal: if it's dead it's lying down (ligt) although you have to check first if it really is. Unless you take it to a taxidermist, then you're certain it will be standing (staat).

Now that I'm writing this, I'm thinking of trying to translate it into English (which will probably make it even more unclear) ... :D

Posted: Fri Apr 20, 2007 8:59 pm
by Quetzal
BrutallyFrank wrote:Never mind the level of this story: it's even confusing for people that have Dutch as a native language. The paradox of the story is that it makes clear how unclear Dutch is ...

Same thing with the animal: if it's dead it's lying down (ligt) although you have to check first if it really is. Unless you take it to a taxidermist, then you're certain it will be standing (staat).

Now that I'm writing this, I'm thinking of trying to translate it into English (which will probably make it even more unclear) ... :D
If you want to make all of our members run screaming for the hills, go right ahead. Bieneke might not like that, though. ;)

Posted: Fri Apr 20, 2007 9:02 pm
by BrutallyFrank
Nah, not all of them (some maybe). But I just saw on some other part of the forum that a translation is mandatory (?). Maybe that would've stopped me from posting this ...  :o

Oh well, alle begin is moeilijk!  :wink:

Posted: Sat May 05, 2007 9:20 pm
by Wim
En dan zijn er ook nog de dingen die in een kleine ruimte 'zitten,' zoals wat kleingeld in mijn portemonnee en de huissleutels in mijn broekzak...

And don't forget the things that 'sit' in a small space, like some change in my purse and the keys in my pocket...

Groetjes,
Wim

Re: liggen, zitten, and staan.

Posted: Tue Oct 27, 2015 2:48 pm
by timgo
Hoi,

Waaron "Het boek ligt op tafe" en niet "Het boek ligt op de tafe"?


Dank je,

Re: liggen, zitten, and staan.

Posted: Tue Oct 27, 2015 10:51 pm
by ngonyama
timgo wrote:Hoi,

Waaronm "Het boek ligt op tafel" en niet "Het boek ligt op de tafel"?

Dat kan allebei, maar de betekenis is (een beetje) anders. Als je "de tafel" gebruikt heb je meestal al iets over die bepaalde tafel gezegd:

Er staan twee stoelen en een tafel in de kamer.
Het boek ligt niet op een van de stoelen maar op de tafel.

Als je "de" weglaat gaat de zin meer over het boek:

Het boek is niet opgeborgen; het ligt nog op tafel.





Dank je,