ulgen wrote:Een gewone dag in de week. Ik woord werd wakker om 10 uur.
In de rest van de tekst gebruik je de verleden tijd. Je moet dat ook doen in je eerste zin ('werd' is de verleden tijd van 'word').
ulgen wrote:Ik douchte me, ontbeet en kleedde me aan. Dan Toen besteedde ik ongeveer een tot anderhalf uur aan mijn huiswerk. Daarna deed ik boodschappen. Om 14 uur nam ik de bus naar mijn zus' huis. We hadden samen met haar kinderen in de het park gespeeld. Daarna kwamen onze andere twee zussen. Wij zijn hebben samen koffie gedronken en gesproken. Om half zes kwam ik weer thuis. Toen keek ik eerst wat tv en dan (beter: 'daarna' of 'vervolgens') kookte ik. Na het eten deed ik de afwas. Daarna leerde ik de les voor de volgende week. Om twaalf uur lag ik weer in bed en heb ik een uur een boek gelezen. Tensloten Ten slotte ging ik gesalepen slapen.
Goed gedaan!
Een paar opmerkingen:
1. Als je over het verleden praat, zeg je 'toen' (niet 'dan').
2. "Tenslotte" en "ten slotte" betekenen niet hetzelfde. Je schrijft "ten slotte" als je over het einde spreekt. In jouw zin schreef je over het einde van de dag (of het einde van al je bezigheden). Daarom moet je "ten slotte schrijven.
3. Na een punt (
.) of een komma (
,) moet je altijd een spatie typen.
Fout: "Ik ga naar bed
.Het is tien uur"
Goed: "Ik ga naar bed
. Het is tien uur."