Parasti, atvasinājumi, kas sākas ar aan, achter, door, voor, un weer, ir neatdalāmie. Zemāk esošajā sarakstā Jūs redzat izņēmumus no šī likuma.
Atcerieties, ka neatdalāmajos atvasinājumos tiek uzsvērts darbības vārds, nevis priedēklis!
| Darbības vārds
| Vienkāršā tagadne
| Pabeigtā tagadne
| Tulkojums
|
| Aanbidden
| hij aanbidt
| hij heeft aanbeden
| godināt, apbrīnot
|
| Aanschouwen
| hij aanschouwt
| hij heeft aanschouwd
| liecināt
|
| Aanvaarden
| hij aanvaardt
| hij heeft aanvaard
| pieņemt
|
| Achterhalen
| hij achterhaalt
| hij heeft achterhaald
| atgūt, atgūties
|
| Achtervolgen
| hij achtervolgt
| hij heeft achtervolgd
| piezagties, pielavīties
|
| Doordringen
| hij doordringt (iemand van iets)
| hij heeft doordrongen
| pārliecināt
|
| Doordrenken
| hij doordrenkt
| hij heeft doordrenkt
| mērcēt (kaut ko)
|
| Doorstaan
| hij doorstaat
| hij heeft doorstaan
| izturēt, paciest
|
| Doorzien
| hij doorziet
| hij heeft doorzien
| caurredzēt
|
| Voorkomen
| hij voorkomt
| hij heeft voorkomen
| aikavēt, novērst
|
| Voorspellen
| hij voorspelt
| hij heeft voorspeld
| paredzēt
|
| Voorvoelen
| hij voorvoelt
| hij heeft voorvoeld
| sajust, nojaust
|
| Voorzien
| hij voorziet
| hij heeft voorzien
| paredzēt, pareģot
|
| Weergalmen
| het weergalmt
| het heeft weergalmd
| atbalsot
|
| Weerhouden
| hij weerhoudt
| hij heeft weerhouden
| apturēt, atrunāt
|
| Weerkaatsen
| het weerkaatst
| het heeft weerkaatst
| atspoguļot, atbalsot
|
| Weerklinken
| het weerklinkt
| het heeft weerklonken
| atbalsot
|
| Weerspiegelen
| hij weerspiegelt
| hij heeft weerspiegeld
| atspoguļot, atstarot
|
| Weerstaan
| hij weerstaat
| hij heeft weerstaan
| pretoties, nepadoties
|
| Weerstreven
| hij weerstreeft
| hij heeft weerstreefd
| cīnīties (pret), izrādīt pretestību
|