Verkleinwoorden worden zeer veel gebruikt in het Nederlandse taalgebied.
We gebruiken ze niet alleen voor kleine dingen, maar ook voor dingen die we lief, schattig of grappig vinden. Soms gebruiken we ze voor dingen die we vervelend vinden.
De basisformule voor het vormen van een verkleinwoord is:
zelfstandig naamwoord+ je
Verkleinwoorden zijn altijd het-woorden.
| het kind
| het kindje
|
| het schaap
| het schaapje
|
| de voet
| het voetje
|
| het oog
| het oogje
|
| de neus
| het neusje
|
| de hap
| het hapje
|
Jammer genoeg is het niet zo simpel als het lijkt. Veel verkleinwoorden hebben niet -je als uitgang, maar -tje, -etje, -pje of -kje. Dit hangt af van de klank van de laatste letters van het woord.
Op de volgende pagina lees je hier meer over.
Als je snel de juiste uitgang van een verkleinwoord wilt opzoeken, ga dan meteen door naar de 'checklist'.