Je bent hier: Grammatica > Voornaamwoorden > Diegene & datgene

Diegene & datgene
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Joke Kalisvaart

De aanwijzend voornaamwoorden op deze pagina's worden meestal gebruikt in combinatie met een betrekkelijk voornaamwoord.

Gene

De hier behandelde voornaamwoorden hebben als stam het woord gene. Gene is een verouderde vorm van die. Dit voornaamwoord heeft niets te maken met het woord geen.

We gebruiken datgene voor dingen en d(i)egene voor personen.

Datgene

Datgene betekent 'dat wat' of 'de dingen die'. Het wordt niet zoveel gebruikt in gesproken Nederlands, maar het komt genoeg voor in de schrijftaal om er een paar regels aan te wijden. In plaats van datgene zeggen we vaak dat wat of wat.

Samenvatting
[Onderling verwisselbaar:]
- datgene wat [formeel]
- dat wat [gebruikelijk]
- wat [gebruikelijk]

'Datgene wat', 'dat wat', en 'wat' betekenen hetzelfde:

Je moet juist datgene doen wat ze niet verwachten.
Je moet juist dat doen wat ze niet verwachten.
Je moet juist doen wat ze niet verwachten.

Het betrekkelijk voornaamwoord wat is meestal de gebruikelijkste vorm.

Datgene wat ik eigenlijk wilde zeggen...
Dat wat ik eigenlijk wilde zeggen...
Wat ik eigenlijk wilde zeggen...
[gebruikelijkst]

Degene en diegene

Degene die betekent 'de persoon die' of 'die persoon die'. Er is niet echt een verschil tussen degene en diegene. In het meervoud gebruiken we degenen en diegenen.

Om te begrijpen wanneer we diegene moeten gebruiken, moeten we verschil maken tussen specifieke personen (de persoon die) en alle personen met een specifieke eigenschap (iedereen die).

Specifieke persoon Iedereen met een specifieke eigenschap
De persoon die gisteren het leven van een kind heeft gered, krijgt een medaille. Iedereen die gisteren het leven van een kind heeft gered, krijgt een medaille.

We gebruiken d(i)egene als we een specifieke persoon bedoelen. Als we een willekeurige persoon met een bepaalde eigenschap bedoelen, kunnen we kiezen uit verschillene aanwijzende (en betrekkelijke) voornaamwoorden, waaronder d(i)egene.

- Een specifiek persoon
[die specifieke persoon die]
Iedereen met een specifieke eigenschap
[iedereen die]
de persoon die [Onderling verwisselbaar]
- degene die
- diegene die
[Onderling verwisselbaar]
- degene die
- diegene die
- hij die
- wie
de personen die [Onderling verwisselbaar]
- degenen die
- diegenen die
[Onderling verwisselbaar]
- degenen die
- diegenen die
- zij die
- wie

Voorbeelden

We gebruiken degene als we het over een specifiek persoon hebben:

Kan degene die mij midden in de nacht gebeld heeft mij voortaan overdag bellen?
Ik heb nog altijd contact met degene die vroeger op me paste.

Als we elke persoon met een bepaalde eigenschap bedoelen, kunnen we d(i)egene, hij die, en wie gebruiken:

Degene die het eerst aankomt, wint een prijs.
Hij die het eerst aankomt, wint een prijs.
Wie het eerst aankomt, wint een prijs.
Degenen die zich per post aanmelden, krijgen een schriftelijke bevestiging.
Zij die die zich per post aanmelden, krijgen een schriftelijke bevestiging.
Wie zich per post aanmeldt, krijgt een schriftelijke bevestiging.

Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: June 29, 2008 ::