Collectieve onbepaalde voornaamwoorden verwijzen altijd naar een hele groep (iedereen, alles) of naar ieder lid van een groep (elk, ieder).
Nederlandse collectieve onbepaalde voornaamwoorden kunnen op drie manieren gebruikt worden:
Onafhankelijk, dat betekent dat ze niet voor een zelfstandig naamwoord staan:
| Iedereen moet zijn tanden poetsen.
|
| Alles staat in de bibliotheekscatalogus.
|
Ze kunnen ook iets zeggen van een zelfstandig naamwoord. Dan gedragen ze zich als bijvoeglijke naamwoorden.
| Alle mensen moeten hun tanden poetsen.
|
| Elk boek heeft een unieke code.
|
Soms staan onbepaalde voornaamwoorden ook ergens achter* het zelfstandig naamwoord waar ze iets van zeggen, als een soort extraatje (predicatief). In de volgende voorbeelden is de informatie die wordt gegeven door het onbepaald voornaamwoord niet per se noodzakelijk. Je kunt dezelfde zin ook maken zonder het onbepaalde voornaamwoord.
| De mensen moeten allemaal hun tanden poetsen.
|
| De boeken hebben elk een unieke code.
|
Op deze manier benadrukken we dat met 'de mensen' alle mensen wordt bedoeld en dat met 'de boeken' elk boek boek wordt bedoeld. Zonder elk zouden we kunnen denken dat alle boeken samen een unieke code hebben.
Op de volgende pagina's zullen alle collectieve onbepaalde voornaamwoorden apart worden behandeld.
(*) Voor de exacte positie in de zin, zie woordvolgorde: diversen.