Beide(n) en allebei (de) worden allebei gebruikt om naar twee dingen te verwijzen. Ze worden dus alleen gebruikt in het meervoud.
Er zijn drie verschillende manieren waarop deze voornaamwoorden gebruikt kunnen worden: afhankelijk, onafhankelijk of predicatief.
Beide
| Voornaamwoord
| Toepassing
|
| beide
| 1. Afhankelijk (voor een zelfstandig naamwoord)
2. Onafhankelijk (verwijzing naar dingen)
|
| beiden
| Onafhankelijk (verwijzing naar personen)
|
| allebei
| Predicatief (als 'extra' informatie). Voor dingen of personen.
|
| allebei de
| Afhankelijk (voor een zelfstandig naamwoord). Allebei de wordt precies hetzelfde gebruikt als beide(1).
|
Het is mogelijk, maar erg ongebruikelijk, om van hen toe te voegen aan beide(n) (beide van hen).
Geen van beide
| Voornaamwoord
| Toepassing
|
| geen van beide
| 1. Afhankelijk (voor een zelfstandig naamwoord)
2. Onafhankelijk (verwijzing naar dingen)
|
| geen van beiden
| Onafhankelijk (verwijzing naar personen)
|
Beide voor een zelfstandig naamwoord (afhankelijk)
Als 'beide' voor een zelfstandig naamwoord staat, komt er nooit een -n achter, ook niet als het naar personen verwijst.
| Het heeft op beide dagen geregend.
|
| Beide collega's gaan in mei op vakantie.
|
Onafhankelijk: Beide en beiden
Bij onafhankelijk gebruik - dus niet voor een zelfstandig naamwoord - gebruiken we beide om naar dingen te verwijzen en beiden om naar personen te verwijzen.
| Beide staan in de uitverkoop.
|
| Beiden arriveerden te laat.
|
In het eerste voorbeeld verwijst beide bijvoorbeeld naar schoenen, fietsen of iets anders dat in de uitverkoop kan zijn. In het tweede voorbeeld verwijst beiden naar personen.
Allebei predicatief gebruikt
We kunnen beide ook als extra informatie aan een zin toevoegen. In dat geval gebruiken we allebei.
| Ik vind ze allebei even mooi.
|
| Ze hebben allebei veel gevoel voor humor.
|
In de voorbeelden hierboven kan allebei worden weggelaten. In de voorbeelden hieronder is allebei noodzakelijk.
Wie had er gelijk? Ze hadden allebei gelijk.
|
Heb je de rode of de blauwe fiets gekocht? Ik heb ze allebei gekocht.
|
We gebruiken allebei om te benadrukken dat we niet een van de twee bedoelen, maar beide(n).
Een predicatief allebei staat soms aan het begin van de zin, als het bij het onderwerp hoort. Het lijkt dan alsof het onafhankelijk gebruikt is, maar dat is het niet. Het staat alleen op een andere plaats in de zin. Zie ook Hoe flexibel is een Nederlandse zin?
Om duidelijk te maken dat allebei in het voorbeeld hieronder geen onafhankelijk voornaamwoord is (onderwerp in dit geval), is het echte onderwerp (ze) onderstreept.
| Allebei hadden ze gelijk.
|
Afhankelijk allebei de
Voor zelfstandig naamwoorden gebruiken we vaak allebei de in plaats van beide. Om te laten zien dat allebei de en het afhankelijk gebruikte beide uitwisselbaar zijn, zal ik dezelfde voorbeelden gebruiken:
| Het heeft op allebei de dagen geregend.
|
| Allebei de collega's gaan in mei op vakantie.
|
In plaats van de kunnen we allebei ook combineren met een bezittelijk voornaamwoord:
| Allebei hun restaurants ontvingen een Michelin-ster.
|
| Allebei zijn ouders werken deeltijds.
|
Geen van beide(n)
Geen van beiden wordt gebruikt voor een zelfstandig naamwoord. Bij onafhankelijk gebruik voegen we een -n toe als we naar personen verwijzen.
Geen van beide verwijzend naar dingen
| Geen van beide films haalde de top tien.
|
| Geen van beide haalde de top tien.
|
Geen van beide(n) verwijzend naar personen
| Geen van beide collega's kwam opdagen.
|
| Geen van beiden kwam opdagen.
|