Onafhankelijke bezittelijk voornaamwoorden worden altijd voorafgegaan door een bepaald lidwoord: de of het. Welk lidwoord gebruikt wordt, hangt af van het zelfstandig naamwoord waarnaar verwezen wordt (zie het-woord of de-woord).
| de jas
| dat is de mijne
|
| het boek
| dat is het mijne
|
| de oren
| dat zijn de jouwe*
|
| het idee
| dat is het jouwe
|
| de fiets
| dat is de uwe
|
| het gezicht
| dat is het uwe
|
| de ogen
| dat zijn de zijne*
|
| het oog
| dat is het zijne
|
| de kam
| dat is de hare
|
| het oor
| dat is het hare
|
| de tent
| dat is de onze
|
| het plan
| dat is het onze
|
| de visie
| dat is de hunne
|
| het doel
| dat is het hunne
|
(*) Zoals je ziet, maakt het niet uit of het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud of in het meervoud staat.