Je bent hier: Grammatica > Voornaamwoorden > Voorbeelden

Voorbeelden
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Joke Kalisvaart

Onafhankelijke bezittelijk voornaamwoorden worden altijd voorafgegaan door een bepaald lidwoord: de of het. Welk lidwoord gebruikt wordt, hangt af van het zelfstandig naamwoord waarnaar verwezen wordt (zie het-woord of de-woord).

de jas dat is de mijne
het boek dat is het mijne
de oren dat zijn de jouwe*
het idee dat is het jouwe
de fiets dat is de uwe
het gezicht dat is het uwe
de ogen dat zijn de zijne*
het oog dat is het zijne
de kam dat is de hare
het oor dat is het hare
de tent dat is de onze
het plan dat is het onze
de visie dat is de hunne
het doel dat is het hunne

(*) Zoals je ziet, maakt het niet uit of het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud of in het meervoud staat.


Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: June 15, 2008 ::