Je bent hier: Grammatica > Voornaamwoorden > 'Het is' en 'het zijn'

'Het is' en 'het zijn'
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Bieneke Berendsen

"Het zijn mooie schoenen", klinkt misschien een beetje raar. 'Het' is een enkelvoudig onderwerp, dus verwachten we in deze zin 'is' (niet 'zijn'). Toch zeggen we het zo in het Nederlands.

Het zijn inheemse planten.
Het waren aardige buren.

We doen dit alleen als 'ze' is gekoppeld aan een zelfstandig naamwoord. '(Inheemse) planten' en '(aardige) buren' zijn zelfstandig naamwoorden.

In de volgende voorbeelden is 'ze' gekoppeld aan een bijvoeglijk naamwoord. Hier gebruiken we gewoon 'ze zijn' (niet 'het zijn').

De planten Ze zijn inheems.
De buren Ze waren aardig.

'Inheems' en 'aardig' zijn bijvoeglijk naamwoorden.

Zie je het verschil?

Het zijn inheemse planten. Ze zijn inheems.
Het waren aardige buren. Ze waren aardig.

Hetzelfde gebeurt met de aanwijzend voornaamwoorden dit en dat.


Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: June 21, 2008 ::