Je bent hier: Grammatica > Voornaamwoorden > Benadrukt en onbenadrukt

Benadrukt en onbenadrukt
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Bieneke Berendsen

Veel persoonlijk voornaamwoorden hebben twee vormen: een benadrukte en een onbenadrukte vorm.

Onbenadrukt Benadrukt
me mij
je jou
haar [ze] haar
het aanwijzend vnw
dit, dat
ze hun/hen (personen)
aanwijzend vnw
deze, die (dingen)

Voor 'hem', 'ons' en 'jullie' hebben we geen aparte vormen.

Als we een ding (of meer dingen) willen benadrukken, gebruiken we een aanwijzend voornaamwoord. Let op: we doen dit alleen voor dingen, niet voor personen.

Voorbeelden

Me en mij:

Onbenadrukt Ze zei het tegen me.
Benadrukt Ze zei het tegen mij, niet tegen jou.

Je en jou:

Onbenadrukt Ik praat tegen je.
Benadrukt Ik praat tegen jou, niet tegen haar.

Ze en haar:

Onbenadrukt [Vlaanderen]* Ik heb ze een brief gestuurd.
Benadrukt Haar heb ik een brief gestuurd (niet hem).

(*) In Nederland bestaat er geen aparte vorm voor onbenadrukt 'haar'.

Het en dit/dat:

Onbenadrukt Ik wel het niet zien.
Benadrukt Dit wil ik niet zien (maar dat wil ik wél zien).

Ze en hun/hen (personen):

Onbenadrukt Hij ging met ze mee.
Benadrukt Hij ging met hen mee in plaats van met ons.

Ze en deze/die (dingen):

Onbenadrukt de schoenen Ik draag ze elke dag.
Benadrukt de schoenen Die draag ik elke dag.

Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: May 25, 2008 ::