Je bent hier: Grammatica > Voornaamwoorden > 'Het' en 'ze' veranderen in 'er'

'Het' en 'ze' veranderen in 'er'
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Bieneke Berendsen

'Het' en 'ze' zijn de enige persoonlijk voornaamwoorden die in een voornaamwoordelijk bijwoord kunnen veranderen. Dit gebeurt als er een voorzetsel voor staat.

Let op: we doen dit alleen als het voornaamwoord een ding vervangt. Voor personen gebruiken we geen voornaamwoordelijk bijwoord.

voorzetsel + het arrow right er+voorzetsel
voorzetsel + ze

Let op: dit gebeurt alleen met het voornaamwoord 'het', niet met het lidwoord.

Voorbeelden ('het' verandert in 'er')

Hij heeft erop gewacht. Niet: hij heeft op het gewacht.
Ik heb ervan genoten. Niet: ik heb van het genoten.
Ze zaten ervoor Niet: ze zaten voor het.

Voorbeelden ('ze' verandert in 'er')

Met 'ze' (het meervoud van 'het') gebeurt hetzelfde:

We hebben erop gewacht (op de boeken). Niet: We hebben op ze gewacht.
Ze heeft ervan genoten (van haar boeken). Niet: ze heeft van ze genoten.
Ze zater ervoor (voor de gordijnen) Niet: ze zaten voor ze.

Onthoud dat dit alleen gebeurt met dingen, niet met personen. Als 'ze' verwijst naar personen, dan vervangen we het niet door 'er'.

Als je zegt: "We hebben op ze gewacht", dan heb je op personen gewacht. Vergelijk het maar met de eerste zin in bovenstaande tabel.


Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: May 25, 2008 ::