In het Nederlands hebben we zachte (stemhebbende) en harde (stemloze) medeklinkers. Een zachte medeklinker wordt stemhebbend genoemd, omdat je je stembanden gebruikt om het geluid te maken. Een harde (stemloze) medeklinker kun je maken zonder je stembanden te gebruiken.
Elke zachte medeklinker heeft een harde tegenhanger. Voorbeelden zijn b en p en d en t.
Zoals in veel talen, inclusief het Engels, kunnen zachte medeklinkers soms veranderen in hun harde tegenhangers. Neem bijvoorbeeld het Engelse woord thief. In het meervoud verandert de harde f in een zachte v: thieves.
De zachte medeklinkers v en z veranderen in de harde f en s.
Een Nederlands woord eindigt nooit op de zachte medeklinkers z of v. In plaats daarvan gebruiken we hun harde tegenhangers s en f.
Neem bijvoorbeeld het woord bazen
Om het enkelvoud te vinden, halen we -en weg.
baz
Je hebt misschien gezien dat de lange klinker is veranderd in een korte (zie regels om klinkers lang/kort te houden), dus we voegen een extra a toe:
baaz
Volgens de regel dat een Nederlands woord nooit eindigt op een z of v, vervangen we de z door een s:
baas
Voorbeelden:
| Meervoud
| Enkelvoud
| Meervoud
| Enkelvoud
|
| scherven
| scherf
| druiven
| druif
|
| reuzen
| reus
| leuzen
| leus
|
Er zijn nog twee zachte medeklinkers: d en b. Hun harde tegenhangers zijn t en p. Als aan het eind van een woord een d staat, spreken we die uit als een t, en een b aan het eind van een woord wordt uitgesproken als een p. Maar d en b worden niet vervangen door hun harde tegenhangers.