In het Nederlands wordt de apostrof gebruikt in de volgende gevallen:
Om te laten zien dat er een letter is weggelaten
| zo'n
| (zo een)
|
| 'n
| (een)
|
| 't
| (het)
|
| m'n
| (mijn)
|
| z'n
| (zijn)
|
| A'dam
| (Amsterdam)
|
| 's avonds
| (des avonds*)
|
| 's winters
| (des winters*)
|
| 's Gravenhage
| (des Gravenhage*)
|
(*) des is een ouderwetse vorm voor "van de", die we nu niet meer gebruiken. We gebruiken het nog in een aantal uitdrukkingen, maar meestal in de afgekorte vorm. Degenen onder jullie die Duits spreken, herkennen hier de tweede naamval.
Om een klinker lang te houden als je een -s toevoegt aan een zelfstandig naamwoord
Als een zelfstandig naamwoord eindigt op een onbeklemtoonde klinker, krijgt het meervoud een -s. Om de klinker lang te houden gebruiken we een apostrof. Bedenk dat een enkele klinker in een lettergreep die op een of meer medeklinkers eindigt een korte klinker is.
| collega's
| alibi's
|
| baby's
| accu's
|
Niet alle klinkers hebben een apostrof nodig om lang te blijven:
Het accent aigu zorgt er al voor dat de klinker lang is - we hoeven geen apostrof toe te voegen om hem lang te houden.
Een e aan het eind van een woord wordt uitgesproken als een stomme e. Deze klank verandert niet als er een -s aan toegevoegd wordt: de e is nog steeds een stomme e.