Modale werkwoorden geven aan hoe een actie wordt uitgevoerd: verplicht, vrijwillig, toegestaan, enzovoort.
| blijven
| Hij blijft zich afvragen of..
|
| gaan
| Hij gaat een stukje lopen.
|
| komen
| Hij komt vanavond eten.
|
| kunnen
| Zij kunnen niet zingen.
|
| moeten
| Zij moet haar huiswerk doen.
|
| mogen
| Ik mag niet zingen.
|
| willen
| Wij willen hier blijven.
|
| zullen
| Jij zult lekker slapen.
|
Komen wordt ook genoemd in de lijst met hulpwerkwoorden die worden gevolgd door te + infinitief. Merk het verschil in betekenis op: het werkwoord 'komen' zonder te betekent arriveren, terwijl komen te betekent dat er iets gaat gebeuren.
Eigenlijk zijn niet alle werkwoorden in de lijst hierboven modale werkwoorden, maar dit is een taalkundige kwestie die hier niet zo van belang is.