Verreweg de meeste samengestelde werkwoorden zijn scheidbaar.
De voorzetsels (of bijwoorden) van onscheidbare werkwoorden worden nooit gescheiden van het werkwoord.
Scheidbare werkwoorden gedragen zich anders: in sommige situaties moeten we het voorzetsel/bijwoord van het werkwoord scheiden.
De vraag is nu: wanneer splitsen we het samengestelde werkwoord en wanneer blijft het voorzetsel/bijwoord aan het werkwoord vastzitten?
samenwerken
zij werkten samen
zij hebben samengewerkt
(*) Er zijn situaties waarin we zelfs het voltooid deelwoord in tweeën splitsen. Zie het hoofdstuk over de woordvolgorde en het voorzetsel/bijwoord van een samengesteld werkwoord.
Scheidbare en onscheidbare werkoorden herkennen
Hoe weet je nu of een samengesteld werkwoord scheidbaar of onscheidbaar is? Een belangrijk kenmerk van scheidbare werkwoorden:
de klemtoon ligt altijd op het voorzetsel/bijwoord
niet op het werkwoord
Bij onscheidbare werkwoorden ligt de klemtoon op het werkwoord. Goede woordenboeken geven aan waar de klemtoon ligt.