Voor het vormen van het voltooid deelwoord, verbuigen het werkwoord eerst los van zijn voorzetsel/bijwoord. Daarna plakken we het voorzetsel/bijwoord weer vast aan het begin van het voltooid deelwoord.
Afwerken
voorzetsel + voltooid deelwoord = af+gewerkt = afgewerkt
Een ander voorbeeld:
Goedkeuren
- ge+stam+d = ge+keur+d = gekeurd
- goed+gekeurd = goedgekeurd
De lijst met scheidbare werkwoorden is zeer lang. Je moet ze niet allemaal uit je hoofd leren. In de lijst met scheidbare werkwoorden staan alleen de werkwoorden die veel voorkomen.
Je kunt beter de lijst met inscheidbare werkwoorden uit je hoofd leren.