Je bent hier: Grammatica > werkwoorden > Sterke werkwoorden

Sterke werkwoorden
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Bieneke Berendsen

De sterke werkwoorden hebben een regelmatige tegenwoordige tijd, dus we gebruiken gewoon de regels voor de vervoeging van de tegenwoordige tijd.

Alleen de verleden tijd en/of het voltooid deelwoord zijn onregelmatig.

Alleen drie vormen om te leren

Om de vervoegingen van de sterke werkwoorden te leren, moet je de volgende vormen leren:

  1. Het voltooid deelwoord
  2. De verleden tijd enkelvoud
  3. De verleden tijd meervoud

In het Nederlands heeft de verleden tijd maar twee vormen: een voor het enkelvoud en een voor het meervoud. Bijvoorbeeld:

Begrijpen

  1. Voltooid deelwoord: begrepen
  2. Verleden tijd enkelvoud: begreep
  3. Verleden tijd meervoud: begrepen
ik begreep we begrepen
je begreep jullie begrepen
hij begreep ze begrepen

Zijn of hebben?

Het is ook handig om te leren voor welke voltooid deelwoorden we 'zijn' gebruiken. Voor de meeste voltooid deelwoorden gebruiken we 'hebben'. Voor sommige kunnen we beide (hebben of zijn) gebruiken (dit hangt af van wat je wil zeggen) en voor sommige kunnen we alleen 'zijn' gebruiken. Zie ook zijn, hebben en het voltooid deelwoord. In de lijst met sterke werkwoorden staat een asterisk (*) achter elke voltooid deelwoord waarvoor we 'zijn' gebruiken .

Let op! In de voorbeelden hierboven gebruiken we de onbenadrukte vormen van de persoonlijke voornaamwoorden. Sommige persoonlijke voornaamwoorden veranderen als we ze benadrukken: je/jij, we/wij, ze/zij (enkelvoud en meervoud).


Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: November 12, 2007 ::