Je bent hier: Grammatica > werkwoorden > Vervoegingspatronen bij sterke werkwoorden

Vervoegingspatronen bij sterke werkwoorden
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Bieneke Berendsen

Vervoegingspatronen

Op deze pagina zie je dezelfde werkwoorden als in de lijst met sterke werkwoorden. Nu staan ze echter gegroepeerd per vervoegingspatroon. De nummers corresponderen met de nummers in de laatste kolom in de lijst met sterke werkwoorden.

[1] Regelmatige verleden tijd, voltooid deelwoord krijgt -en.

Bijvoorbeeld: bannen, bande, gebannen

Werkwoorden in deze groep: bakken, bannen, barsten, behangen, braden, brouwen, heten, hoeven, houwen, lachen, laden, malen, raden, scheiden, spannen, stoten, vouwen, wassen, weven.

[2] e - ie - o, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: bederven, bedierf, bedorven

Werkwoorden in deze groep: bederven, helpen, sterven, werpen, werven, zwerven.

[3] ie - oo - o, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: bedriegen, bedroog, bedrogen

Werkwoorden in deze groep: bedriegen, bieden, genieten, gieten, kiezen, liegen, schieten, verdrieten, vliegen.

[4] i - o -o, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: beginnen, begon, begonnen

Werkwoorden in deze groep: beginnen, binden, blinken, dingen naar, dringen, drinken, dwingen, glimmen, klimmen, klinken, krimpen, schrikken, slinken, spinnen, springen, stinken, vinden, winden, winnen, wringen, zingen, zinken, zinnen.

[5] ij - ee - e, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: rijden, reed, gereden

Werkwoorden in deze groep: bezwijken, bijten, blijken, blijven, drijven, glijden, grijpen, hijsen, kijken, knijpen, krijgen, lijden, lijken, mijden, neerzijgen, nijgen, prijzen, rijden, rijgen, rijten, rijzen, schijnen, schijten, schrijven, slijpen, slijten, smijten, snijden, splijten, spijten, stijgen, stijven, strijden, strijken, verdwijnen, wijken, wijten aan, wijzen, wrijven, zich kwijten van, zwijgen.

[6] e - o - o, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: bergen, borg, geborgen

Werkwoorden in deze groep: bergen, gelden, melken, schelden, schenden, schenken, smelten, treffen, trekken, vechten, vlechten, wegen, zenden, zwelgen, zwellen, zwemmen.

[7] e - a - o, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: bevelen, beval, bevolen

Werkwoorden in deze groep: bevelen, breken, nemen, spreken, steken, stelen.

[8] i - a - e, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: bidden, bad, gebeden

Werkwoorden in deze groep: bidden, liggen, zitten.

[9] a - ie - a, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: laten, liet, gelaten

Werkwoorden in deze groep: laten, slapen, vallen, verraden.

[10] Verleden tijd voltooid deelwoord eindigen op -cht

Bijvoorbeeld: brengen, bracht, gebracht

Werkwoorden in deze groep: brengen, denken, kopen, zoeken.

[11]] ui - oo - o, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: buigen, boog, gebogen

Werkwoorden in deze groep: buigen, druipen, duiken, fluiten, kluiven, kruipen, ontluiken, pluizen, ruiken, schuilen, schuiven, sluipen, sluiten, snuiten, snuiven, spruiten, spuiten, stuiven, zuigen, zuipen.

[12] a - oe - a, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: dragen, droeg, gedragen

Werkwoorden in deze groep: dragen, graven, varen.

[13] e - a - e, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: lezen, las, gelezen

Werkwoorden in deze groep: eten, genezen, geven, lezen, meten, treden, vergeten, vreten.

[14] a - i - a, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: hangen, hing, gehangen

Werkwoorden in deze groep: hangen, vangen.

[15] a - oe - regular voltooid deelwoord

Bijvoorbeeld: jagen, joeg, gejaagd

Werkwoorden in deze groep: jagen, vragen.

[16]] o(e) - ie - o(e), voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: lopen, liep, gelopen

Werkwoorden in deze groep: lopen, roepen.

[17] Past ends in -st, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: moeten, moest, gemoeten

Werkwoorden in deze groep: moeten, weten.

[18] iez - oor - or, voltooid deelwoord krijgt -en

Bijvoorbeeld: verliezen, verloor, verloren

Werkwoorden in deze groep: verliezen, vriezen.


Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: September 07, 2008 ::