Je bent hier: Grammatica > werkwoorden > Gebruik hypothetisch verleden tijd

Gebruik hypothetisch verleden tijd
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Bieneke Berendsen

ik zou hebben/zijn + voltooid deelwoord
je zou hebben/zijn + voltooid deelwoord
hij zou hebben/zijn + voltooid deelwoord
we zouden hebben/zijn + voltooid deelwoord
jullie zouden hebben/zijn + voltooid deelwoord
ze zouden hebben/zijn + voltooid deelwoord

We gebruiken de v.v.t.t. ('voltooid verleden toekomende tijd') voor hypothetische situaties in het verleden.

We gebruiken deze werkwoordstijd (net als de (tegenwoordige) hypothetische tijd) vooral voor voorwaardelijke zinnen: Als aan bepaalde criteria (X) was voldaan, dan zou er sprake zijn geweest van (hypothetische) situatie (Y).

In onderstaande voorbeelden staan de werkwoorden van de hypothetische verleden tijd in het blauw weergegeven.

Als je goed had opgelet, zou je hebben gemerkt dat...
Het zou nog veel erger zijn geweest als de motor het ook had begeven.

Hypothetisch verleden tijd en voltooid verleden tijd

In het Nederlands kunnen we in plaats van de hypothetische verleden tijd ook de gewone voltooid verleden tijd gebruiken. We zijn zeer flexibel in het gebruik van deze twee tijden. Het maakt niet uit of je de hypothetische tijd in de 'als-zin' of in de 'dan-zin' plaatst. Je kunt de hypothetische verleden tijd ook in beide zinnen (als én dan) plaatsen of juist in geen van beide (zoals in de vierde zin hieronder).

De werkwoorden van de hypothetische verleden tijd staan in het blauw weergegeven.

Vier manieren om hetzelfde te zeggen en ze zijn allemaal correct:

Als ik iets later was vertrokken, zou ik in de file hebben gestaan.
Als ik iets later zou zijn vertrokken, zou ik in de file hebben gestaan.
Als ik iets later zou zijn vertrokken, had ik in de file gestaan.
Als ik iets later was vertrokken, had ik in de file gestaan.

In de laatste zin zie je dat we kunnen praten over een hypothetische situatie in het verleden door de voltooid verleden tijd (niet de hypothetische verleden tijd) te gebruiken. Dit is in het Nederlands zeer gebruikelijk.

De voltooid verleden tijd voor hypothetische situaties in het verleden.

In het Nederlands gebruiken we vaak de voltooid verleden tijd om te praten over een hypothetische situatie in het verleden.

Ik had dat zeker niet gedaan.
Als je op tijd was geweest, dan had je het al afgehad.

We kunnen de 'als-zin' ook anders schrijven. Dit doen in twee stappen:

  1. we laten 'als' weg;
  2. inversie: we keren het onderwerp (subject) en de persoonsvorm (het vervoegde werkwoord) om.
Was je op tijd geweest, dan had je het al afgehad.

Een handige website is Dit is een externe link, die in een nieuw venster wordt geopend.www.verbix.com.

Note that the examples above give you the unstressed personal pronouns. Some pronouns change when they are stressed in a phrase: je/jij, we/wij, ze/zij (both singular and plural).


Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: November 14, 2007 ::