De meeste lijdend voorwerpen die met een onbepaald voornaamwoorden beginnen, kunnen niet aan het begin van het middenstuk geplaatst worden. Ze kunnen meestal wel aan het eind van het middenstuk staan, omdat een onbepaald voornaamwoord het lijdend voorwerp bijna altijd niet-specifiek maakt.
Er zijn echter een paar voornaamwoorden die het lijdend voorwerp min of meer specifiek maken. Voorbeelden zijn alle, beide en sommige. Maar zelfs deze min-of-meer-specifieke lijdend voorwerpen zullen meestal prima aan het eind van het middendeel kunnen staan, dus dat hoeft geen problemen op te leveren. Je kunt meer lezen over onbepaalde voornaamwoorden in het hoofdstuk over voornaamwoorden.
| O&P
| MANIER
| LV
| OW
|
| Het Rijksmuseum ontvangt
| jaarlijks
| veel bezoekers uit het buitenland
| ---
|
Veel bezoekers verwijst niet naar een specifieke groep bezoekers en is daarom een niet-specifiek lijdend voorwerp. Het staat dus aan het eind van het middenstuk.
Zoals je kunt lezen in het hoofdstuk over voornaamwoorden, is 'wat' een andere manier om 'een beetje' of 'enkele' te zeggen. In haar thee is de plaats van het lijdend voorwerp, dus dat valt onder de categorie DIVERSEN.
Erover komt van over het (zie 'er' in plaats van 'het/ze'). Het woord er en het achterzetsel over zijn van elkaar gescheiden door andere zinsdelen (TIJD en LV). We plaatsen het achtervoegsel meestal onder DIVERSEN.
In een ontkennende zin begint een lijdend voorwerp met een onbepaald lidwoord met geen. Op is het achtervoegsel dat bij er hoort ('erop' vervangt 'op het', zie 'er' in plaats van 'het/ze'), maar ervan gescheiden wordt door nog en geen. Het achtervoegsel is deel van de categorie DIVERSEN (rechterzijde).