Het als onderwerp voor een onderwerpszin
Sommig zinnen hebben geen duidelijk gedefinieerd onderwerp. In het Nederlands gebruiken we dan er (zie 'er' als onderwerp) of het als onderwerp.
Als de zin passief is, gebruiken we meestal er. Een uitzondering is een passieve zin met een 'dat'-zin die een feit weergeeft, bijvoorbeeld "Het is bevestigd dat ze broers zijn." Zie ook er of het.
Als de zin actief is, maar geen duidelijk onderwerp heeft, gebruiken we het:
| Het regent
| Het gaat goed
|
| Het is vijf uur
| Het zal wel.*
|
(*) Een ironische manier om te zeggen "daar geloof ik niks van".
Het als 'echt' onderwerp
Als een persoonlijk voornaamwoord kan 'het' ook een echt onderwerp zijn:
| Het werd keurig opgeruimd (het bureau)
|
| Het kan bijwerkingen veroorzaken (het medicijn)
|