Je bent hier: Grammatica > Woordvolgorde > Gesloten vragen

Gesloten vragen
  • Klik hier om de pagina af te drukken. Alleen de tekst in de middelste kolom wordt afgedrukt
  • Verstuur deze pagina per e-mail
  • {Voeg deze pagina toe aan je favorieten [IE])
  • Meld een fout
  • Bekijk de wikicode van deze pagina

Vertaald uit het Engels door Joke Kalisvaart

Gesloten vragen beginnen altijd met een werkwoord, de persoonsvorm om precies te zijn. De normale volgorde van onderwerp en persoonsvorm wordt in een vraagzin dus omgedraaid. En een vraag eindigt natuurlijk met een vraagteken.

Jullie staan meestal vroeg op
Staan jullie meestal vroeg op?

Zoals je kan zien is de vraagzin bijna gelijk aan de bevestigende zin. Het enige verschil is dat jullie staan veranderd is in staan jullie.

Arjan is niet op haar verjaardag gekomen
Is Arjan niet op haar verjaardag gekomen?

De zin hierboven is zowel een vraag als een ontkenning. Zoals je ziet, komt niet tussen het middenstuk en de rechterzijde van de zin: op haar verjaardag is een voorzetselvoorwerp, dat aan het begin van de rechterzijde staat.

Er waren geen getuigen van het ongeval
Waren er geen getuigen van het ongeval?

Omdat het onderwerp niet-specifiek is (geen is een onbepaald voornaamwoord), is het woordje er nodig. Zie ook extra 'er' aan het begin van een zin. Als we van zo'n zin een vraag maken, wisselt dit er van plaats met de persoonsvorm, niet het onderwerp (geen getuigen).


Vragen? Vragen?
     Bezoek ons forum!
Laatst bijgewerkt op: July 23, 2009 ::