Op deze pagina zullen we stap voor stap de woordvolgorde in een hoofdzin (zie overzicht van de hoofdzin) vergelijken met de volgorde in een ondergeschikte bijzin.
Woordvolgorde in de hoofdzin
De hoofdzin begint meestal met het onderwerp en de persoonsvorm (O&P) en eindigt met de overige werkwoorden (OW).
In de hoofdzin zijn onderwerp en persoonsvorm onscheidbaar. Geen enkel zinsdeel kan tussen het onderwerp en de persoonsvorm staan.
Woordvolgorde in de ondergeschikte bijzin
In een bijzin zijn onderwerp en persoonsvorm gescheiden: het onderwerp blijft aan het begin van de zin staan, maar de persoonsvorm gaat helemaal naar het eind van de zin, bij de andere werkwoorden.
Omdat alle werkwoorden nu aan het eind van de zin staan, kunnen we dit zinsdeel gewoon alle werkwoorden noemen (WERKWOORDEN).
Voorbeelden van ondergeschikte bijzinnen