你现在的位置: 语法篇 > 动词 > 强动词表

强动词表
  • 打印本页
  • 发送本页到e-mail
  • {收藏到书签 [IE])
  • 报告错误
  • View wiki code of this page

曲薇薇 ...

在下面的列表中,所有的跟在助动词zijn 后面的过去分词都用星号(*)标示。

最后一列中的数字链接到讨论动词变形模式 的网页。

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

B 回到顶部

不定式 一般过去时单数 一般过去时复数 过去分词 英语/汉语 X
bakken bakte bakten gebakken to fry 煎 1
bannen bande banden gebannen to ban禁止 1
barsten barstte barstten gebarsten to burst爆炸 1
bederven bedierf bedierven bedorven to rot, to decay腐朽、腐烂 2
bedriegen bedroog bedrogen bedrogen to deceive, to cheat, to trick 欺骗、行骗、哄骗 3
beginnen begon begonnen begonnen* to begin 开始 4
behangen behangde behangden behangen to wall-paper 贴墙纸 1
benijden beneed beneden beneden to envy 妒忌 5
bergen borg borgen geborgen to store, to recover储存、恢复 6
bevelen beval bevalen bevolen to order, to command 命令、指挥 7
bezwijken bezweek bezweken bezweken* to succumb, to collapse 屈服、倒塌 5
bidden bad baden gebeden to pray祈祷 8
bieden bood boden geboden to offer给予 3
bijten beet beten gebeten to bite 咬 5
binden bond bonden gebonden to bind, to tie 捆绑、栓系 4
blazen blies bliezen geblazen to blow, to spit (cat) 吹、吐(猫) 9
blijken bleek bleken gebleken* to appear, to be evident 出现、显然 5
blijven bleef bleven gebleven to stay, to remain, to keep 保持、保存、余留 5
blinken blonk blonken geblonken to shine, to gleam 发光、闪光 4
braden braadde braadden gebraden to roast, to grill烤、炙 1
breken brak braken gebroken to break 打破 7
brengen bracht brachten gebracht to bring 带来 10
brouwen brouwde brouwden gebrouwen to brew 酿造 1
buigen boog bogen gebogen to bend 弯曨:tableend:) 11

D 回到顶部

denken dacht dachten gedacht to think 思考 10
dingen naar dong naar dongen naar gedongen naar to bid for, to compete for 努力、竞争 4
dragen droeg droegen gedragen to carry, to bear 挑、扛 12
drijven dreef dreven gedreven to drive, to float , to manage驾驶、浮起、管理 5
dringen drong drongen gedrongen to push (a crowd) 推动(群众) 4
drinken dronk dronken gedronken to drink 喝 4
druipen droop dropen gedropen to drip 滴下 11
duiken dook doken gedoken to dive 跳水、潜水 11
dwingen dwong dwongen gedwongen to force 强迫 4

E 回到顶部

eten at aten gegeten to eat吃 13

F 回到顶部

fluiten floot floten gefloten to whistle, to play the flute吹口哨、鸣笛 11

G 回到顶部

gelden gold golden gegolden to be valid, to be in effect令人信服、实际上 6
genezen genas genazen genezen to heal, to cure 樺tableend:)?愈、樺tableend:)?疗 13
genieten genoot genoten genoten to enjoy 享受、欣赏 3
geven gaf gaven gegeven to give给 13
gieten goot goten gegoten to pour倒、灌、注 3
glijden gleed gleden gegleden to glide 滑动、滑行 5
glimmen glom glommen geglommen to glimmer, to shine, to gleam 发出微光、发光、闪光 4
graven groef groeven gegraven to dig 挖掘 12
grijpen greep grepen gegrepen to grab, to snatch 攫取、夺取、抓取 5

H 回到顶部

hangen hing hingen gehangen to hang 挂、吊 14
heffen hief hieven geheven to raise, to lift, to levy 举起、抬起、征收 ---
helpen hielp hielpen geholpen to help 帮助 2
heten heette heetten geheten to be called, to be named 名叫、名为 1
hijsen hees hesen gehesen to hoist (sails, flag), to pull up 升起(帆篷、旗帜),向上拉 5
hoeven hoefde hoefden gehoeven to be necessary有必要 1
houden hield hielden gehouden to hold 握住、抓住 ---
houwen houwde houwden
gehouwen to hew, to hack 劈、砍 1

J 回到顶部

jagen joeg joegen gejaagd to hunt 打猎 15

K 回到顶部

kiezen koos kozen gekozen to choose, to elect 挑选、选举 3
kijken keek keken gekeken to look 看、瞥 5
klimmen klom klommen geklommen to climb 爬、攀登 4
klinken klonk klonken geklonken to sound, to ring, to clink 发声、发出叮当声 4
kluiven kloof kloven gekloven to pick (a bone), to nibble 剔(骨),啃 11
knijpen kneep knepen geknepen to pinch, to squeeze 捏、挤压 5
kopen kocht kochten gekocht to buy 买 10
krijgen kreeg kregen gekregen to get 5
krimpen kromp krompen gekrompen* to shrink收缩、缩短 4
kruipen kroop kropen gekropen to crawl, to creep 爬行、蠕动 11
zich kwijten van kweet zich van kweten zich van zich gekweten van to acquit oneself of 使(自己)作出某种表现 5

L 回到顶部

lachen lachte lachten gelachen to laugh, to smile 笑、微笑 1
laden laadde laadden geladen to load, to charge 装载、收费 1
laten liet lieten gelaten to let, to allow 允许、让 9
lezen las lazen gelezen to read 读、阅读 13
liegen loog logen gelogen to (tell a) lie 撒谎 3
liggen lag lagen gelegen to lie (on a bed) 躺(在床上) 8
lijden leed leden geleden to suffer 遭受、经历 5
lijken leek leken geleken to resemble, to seem 类似、似乎 5
lopen liep liepen gelopen to walk 走 16

M 回到顶部

malen maalde maalden gemalen to grind 磨、碾 1
melken molk molken gemolken to milk (a cow) 挤(牛奶) 6
meten mat maten gemeten to measure 测量、计量 13
mijden meed meden gemeden to avoid 避开、躲开 5
moeten moest moesten gemoeten to must, have to 必须 17

N 回到顶部

nemen nam namen genomen to take 拿、取 7
nijgen neeg negen genegen to (make a bow )弄弯 5

O 回到顶部

ontginnen ontgon ontgonnen ontgonnen to reclaim (land), to clear (forest), to exploit (mine) 开垦(土地)、净化(森林)、开采(矿产) 4
ontluiken ontlook ontloken ontloken* to open (flower, beauty)开放、绽放(花朵、美丽) 11

P 回到顶部

pluizen ploos plozen geplozen to fluff, to give off fluff使起毛、使松散 11
prijzen prees prezen geprezen to praise 赞扬、称赞 5

R 回到顶部

raden raadde raadden geraden go guess 猜测、推测 1
-- verraden verried verrieden verraden to betray, to give away 背叛、出卖、泄露 9
rijden reed reden gereden to drive, to ride 驾驶、骑 5
rijgen reeg regen geregen to tack, to lace, to thread 钉、系、穿 5
rijten reet reten gereten to tear, to rip 撕开、裂开 5
rijzen rees rezen gerezen to rise 上升 5
roepen riep riepen geroepen to call, to shout 叫喊、呼叫 16
ruiken rook roken geroken to smell, to scent 闻、嗅 11

S 回到顶部

scheiden scheidde scheidden gescheiden to divorce, to separate离婚、分离 1
schelden schold scholden gescholden to curse, to swear 诅咒、发誓 6
schenden schond schonden geschonden to violate, to damage 违反、损害 6
schenken schonk schonken geschonken 1. to donate 2. to pour 1.捐献 2.倒、灌、注 6
scheppen shiep schiepen geschapen to create 创造 ---
scheren scheerde scheerden geschoren to shave 剃去 ---
schieten schoot schoten geschoten to shoot发射 3
schijnen scheen schenen geschenen to shine, to seem 发光、看起来象 5
schijten scheet scheten gescheten to shit (flat) 拉(大便) 5
schrijven schreef schreven geschreven to write写 5
schrikken schrok schrokken geschrokken* to be startled 被惊吓的 4
schuilen school scholen gescholen to shelter 遮蔽 11
schuiven schoof schoven geschoven to shove 推、撞 11
slapen sliep sliepen geslapen to sleep 睡觉 9
slijpen sleep slepen geslepen to sharpen, to polish 削尖、磨光 5
slijten sleet sleten gesleten to wear out, to sell 穿破、出售 5
slinken slonk slonken geslonken to shrink, to decrease in number 收缩、减少 4
sluipen sloop slopen geslopen to sneak, to slink 偷窃、潜逃 11
sluiten sloot sloten gesloten to close, to shut 关闭、关上 11
smelten smolt smolten gesmolten to melt 融化 6
smijten smeet smeten gesmeten to throw, to fling 投掷、扔丢 5
snijden sneed sneden gesneden to cut 切割 5
snuiten snoot snoten gesnoten to snout, to blow (nose) 擤鼻子 11
snuiven snoof snoven gesnoven to sniff, to snort打喷嚏、吸鼻子 11
spannen spande spanden gespannen to strain, to bend (a bow)拉紧、弯曲 1
spijten speet speten gespeten to regret 懊悔、后悔 5
spinnen spon sponnen gesponnen to twist 扭转 4
splijten spleet spleten gespleten to split, to cleave 劈开、砍开 5
spreken sprak spraken gesproken to speak 说话 7
springen sprong sprongen gesprongen to jump, to spring 跳、跃 4
spruiten sproot sproten gesproten to sprout, to grow out 发芽、成长 11
spuiten spoot spoten gespoten to spout, to squirt 喷射、注射 11
steken stak staken gestoken to stab, to prick, to sting 刺、扎穿、叮蜇 7
stelen stal stalen gestolen to steal偷 7
sterven stierf stierven gestorven to die 去世 2
stijgen steeg stegen gestegen to rise 上升 5
stijven steef steven gesteven to starch 上浆 5
stinken stonk stonken gestonken to stink发恶臭 4
stoten stootte stootten gestoten to push, to bump推动、猛击 1
strijden streed streden gestreden to battle, to fight搏斗、打仗 5
strijken streek streken gestreken to iron (clothes), strike (flag), smooth (hair) 熨(衣服)、降(旗)、光滑(头发) 5
stuiven stoof stoven gestoven to cause dust to whirl, to dash forward 落灰,猛跑 11

T 回到顶部

treden trad traden getreden to tread踩、踏 13
treffen trof troffen getroffen to hit (goal) to strike 击中(球) 6
trekken trok trokken getrokken to pull, to draw, to travel 拉、划、旅行 6

V 回到顶部

vallen viel vielen gevallen to fall 落下 9
vangen ving vingen gevangen to catch 抓住 14
varen voer voeren gevaren to fare, to sail 遭遇、航行 12
vechten vocht vochten gevochten to fight 打仗 6
verdrieten verdroot verdroten verdroten to grieve 悲伤、哀悼 3
verdwijnen verdween verdwenen verdwenen to disappear 消失不见 5
vergeten vergat vergaten vergeten to forget忘记 13
verliezen verloor verloren verloren to lose输掉 18
vinden vond vonden gevonden to find 找到 4
vlechten vlocht vlochten gevlochten to plait, to braid 打褶、编辫子 6
vliegen vloog vlogen gevlogen to fly 飞 3
vouwen vouwde vouwden gevouwen to fold 折叠 1
vragen vroeg vroegen gevraagd to ask 问 15
vreten vrat vraten gevreten to eat, to devour吃、吃光 13
vriezen vroor vroren gevroren to freeze 凝固 18
vrijen vree / vrijde vreeën / vrijden gevreeën / gevrijd to make love 做爱 ---

W 回到顶部

wassen waste wasten gewassen to wash 洗涤 1
wegen woog wogen gewogen to weigh称重 6
werpen wierp wierpen geworpen to throw 投掷 2
werven wierf wierven geworven to recruit征募 2
weten wist wisten geweten to know 知道 17
weven weefde weefden geweven to weave 编织 1
wijken week weken geweken to give way 让步 5
wijten weet weten geweten to blame (something) on 责备 5
wijzen wees wezen gewezen to point 指向 5
winden wond wonden gewonden to wind 转动 4
winnen won wonnen gewonnen to win 获胜 4
worden werd werden geworden to become 变成 ---
wrijven wreef wreven gewreven to rub 磨擦 5
wringen wrong wrongen gewrongen to wring 绞拧 4

Z 回到顶部

zeggen zei zeiden gezegd to say 说 ---
zenden zond zonden gezonden to send 发送、寄 6
(neer)zijgen zeeg neer zegen neer neergezegen to sink down 下沉 5
zingen zong zongen gezongen to sing 唱 4
zinken zonk zonken gezonken* to sink 陷入 4
zinnen zon zonnen gezonnen to ponder仔细考虑 4
zitten zat zaten gezeten to sit 坐 8
zoeken zocht zochten gezocht to seek, to search寻找、搜查 10
zuigen zoog zogen gezogen to suck 吮吸 11
zuipen zoop zopen gezopen to booze 暴饮 11
zwelgen zwolg zwolgen gezwolgen to revel, to dwell (in self-pity)着迷、陶醉 6
zwellen zwol zwollen gezwollen* to swell 肿起 6
zwemmen zwom zwommen gezwommen to swim 游泳 6
zweren zwoer zwoeren gezworen to swear (oath) 发誓 ---
zwerven zwierf zwierven gezworven to wander, to ramble 闲逛、漫步 2
zwijgen zweeg zwegen gezwegen to be silent 沉默 5

基础动词

本表只是包括了基础动词,而没有涵盖延伸动词。

所以,除了那些基础动词不会单独存在的情况,所有的复合动词都没有涉及到。比如象动词uitzenden (to broadcast广播、播送) 或 onderzoeken (to examine检查、检验)你需要分别查看zenden (to send发送) 和 zoeken (to seek寻找)的变形。

同样,那些有不同前缀的,如 be-, ge-, ver-, ont- 的动词也是如此。比如,如果你想学习verlaten (to leave离开)的词形变化,你就需要在 L 里面找 laten (to let让)的变化。


有问题吗 有问题吗?
     请访问我们的论坛
最后更新于 September 14, 2007 ::