你现在的位置: 语法篇 > 动词 > 强动词的变形模式
规则动词
其他词形变化
不规则动词
曲薇薇 ...
下面,你将会看到强动词表 中的动词。在这里,它们将会按照其变形模式分组,其编号对应强动词表中的编号。
如: bannen, bande, gebannen
这一组的动词有: bakken, bannen, barsten, behangen, braden, brouwen, heten, hoeven, houwen, lachen, laden, malen, raden, scheiden, spannen, stoten, vouwen, wassen, weven.
如: bederven, bedierf, bedorven
这一组的动词有: bederven, helpen, sterven, werpen, werven, zwerven.
如: bedriegen, bedroog, bedrogen
这一组的动词有: bedriegen, bieden, genieten, gieten, kiezen, liegen, schieten, verdrieten, vliegen.
如: beginnen, begon, begonnen
这一组动词有: beginnen, binden, blinken, dingen naar, dringen, drinken, dwingen, glimmen, klimmen, klinken, krimpen, schrikken, slinken, spinnen, springen, stinken, vinden, winden, winnen, wringen, zingen, zinken, zinnen.
如: benijden, beneed, beneden
这一组动词有: benijden, bezwijken, bijten, blijken, blijven, drijven, glijden, grijpen, hijsen, kijken, knijpen, krijgen, lijden, lijken, mijden, neerzijgen, nijgen, prijzen, rijden, rijgen, rijten, rijzen, schijnen, schijten, schrijven, slijpen, slijten, smijten, snijden, splijten, spijten, stijgen, stijven, strijden, strijken, verdwijnen, wijken, wijten aan, wijzen, wrijven, zich kwijten van, zwijgen.
如: bergen, borg, geborgen
这一组动词有: bergen, gelden, melken, schelden, schenden, schenken, smelten, treffen, trekken, vechten, vlechten, wegen, zenden, zwelgen, zwellen, zwemmen.
如: bevelen, beval, bevolen
这一组动词有: bevelen, breken, nemen, spreken, steken, stelen.
如: bidden, bad, gebeden
这一组动词有: bidden, liggen, zitten.
如: laten, liet, gelaten
这一组动词有: laten, slapen, vallen, verraden.
如: brengen, bracht, gebracht
这一组动词有: brengen, denken, kopen, zoeken.
如: buigen, boog, gebogen
这一组动词有: buigen, druipen, duiken, fluiten, kluiven, kruipen, ontluiken, pluizen, ruiken, schuilen, schuiven, sluipen, sluiten, snuiten, snuiven, spruiten, spuiten, stuiven, zuigen, zuipen.
如: dragen, droeg, gedragen
这一组动词有: dragen, graven, varen.
如: lezen, las, gelezen
这一组动词有: eten, genezen, geven, lezen, meten, treden, vergeten, vreten.
如: hangen, hing, gehangen
这一组动词有: hangen, vangen.
如: jagen, joeg, gejaagd
这一组动词有: jagen, vragen.
如: lopen, liep, gelopen
这一组动词有: lopen, roepen.
如: moeten, moest, gemoeten
这一组动词有: moeten, weten.
如: verliezen, verloor, verloren
这一组动词有: verliezen, vriezen.
助动词
复合动词
动词和介词